3. Actualisatie begrotingsbeeld

Omschrijving project

Dit hoofdstuk is onderverdeeld in drie paragrafen. De eerste paragraaf gaat nader in op de bijstelling van de lopende begroting. Gedacht kan hierbij worden aan de effecten van de meicirculaire 2026 en aan de indexering van budgetten en lokale lasten. De tweede paragraaf beschrijft het nieuwe beleid dat via het coalitieprogramma 2026-2030 in deze kadernota wordt gevraagd. De derde paragraaf tenslotte geeft inzicht in de middelen die aanvullend worden gevraagd voor algemene beleidsontwikkelingen. De definitieve besluitvorming over het nieuwe beleid dat is vermeld in de paragrafen 3.2 en 3.3 vindt plaats in de begroting 2027. 

3.1 Bijstelling lopende begroting

Terug naar navigatie - - 3.1 Bijstelling lopende begroting

Als startpunt voor het meerjarig perspectief van de kadernota 2027 geldt de eerste bestuursrapportage 2026. De begroting laat, na de burap, in het jaar 2027 een saldo zien van afgerond € 3,0 miljoen. In deze kadernota wordt het jaar 2030 toegevoegd. Dat jaar laat een positief resultaat zien van € 2,6 miljoen. Het resultaat van het jaar 2030 stijgt, ten opzichte van het jaar 2029, met een bedrag van afgerond € 400.000 (van € 2,2 miljoen naar € 2,6 miljoen positief). Dat hogere voordeel wordt veroorzaakt door een hogere algemene uitkering in 2030, met name als gevolg van een volumestijging.

Nr
Bijstelling lopende begroting (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Resultaat 1e burap 2026
3.085,9
1.931,2
2.220,0
2.614,2
Bijstelling lopende begroting
1
Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
-15,1
-20,3
47,9
34,0
2
Indexering belastingen
372,0
366,9
366,9
366,9
3
Gevolgen meicirculaire 2026 (na bijraming loon- en prijsstijgingen)
483,2
-274,0
-517,3
-452,5
Resultaat kadernota na bijstelling van lopende begroting
3.926,0
2.003,9
2.117,5
2.562,6

Toelichtingen

Terug naar navigatie - 3.1 Bijstelling lopende begroting - Toelichtingen

1. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
In de raadsvergadering van 9 juni jl. heeft de raad begrotingen aangenomen van diverse gemeenschappelijke regelingen. De financiële vertaling van die begroting bedragen in 2027 € 15.000 negatief, en slaan daarna om in een voordeel van € 34.000 in het jaar 2030.

2. Indexering belastingen
De belastingopbrengsten worden, zoals gebruikelijk, geïndexeerd. Daarvoor is een indexpercentage gehanteerd van 2,1% (Bron: consumentenprijsindex volgens mei circulaire 2026).

4. Gevolgen meicirculaire 2026
De mei- circulaire van het gemeentefonds leidt tot een positieve bijstelling in het jaar 2027. Vanaf het jaar 2028 slaat dat voordeel om in een nadeel.
Het eenmalige voordeel in 2027 (dat ten opzichte van het jaar 2028 ruim € 850.000 bedraagt) wordt voor een bedrag van € 460.000 veroorzaakt doordat de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (ter vervanging van het abonnementstarief) is uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Gemeenten waren hier eerder voor gekort in de algemene uitkering. Die korting wordt in het jaar 2027 teruggedraaid. Tegenover dit voordeel staat een nadeel omdat de geraamde eigen bijdrage in 2027 vervalt. Dat nadeel is al eerder meegenomen in de eerste burao 2026. 

Verder is in het jaar 2027 sprake van een voordeel van € 250.000 doordat de verwachte loonstijging in het jaar 2027 minder hoog is dan de jaren daarna. Dat heeft te maken met het feit dat de CAO voor gemeenteambtenaren loopt tot en met maart 2027. Dat betekent dat in 2027 'slechts' rekening gehouden hoeft te worden met een loonstijging over 9 maanden terwijl de loonstijging vanaf het jaar 2028 gaat over het hele jaar. 

Vanaf het jaar 2028 ontstaat dus een tekort op de effecten van de meicirculaire. Dat komt doordat de prijsindexering in de gemeentebegroting hoger is dan de compensatie die daarvoor wordt verstrekt in het gemeentefonds. Ook is sprake van een tekort op de stelpost voor prijsstijgingen die in de begroting 2026 was opgenomen. De stelpost schiet met name tekort doordat in 2026 een relatief grote greep uit de pot is gedaan als gevolg van indexeringen van de jeugdbudgetten. De bijstelling werkt vanuit het jaar 2026 door naar de jaren 2027 en verder. 

Het kabinet wil huishoudelijke hulp voor mensen die dit zelf kunnen betalen vanaf 2029 uit de Wet maatschappelijke ondersteuning halen. De maatregel staat al in het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Gemeenten blijven wel verantwoordelijk voor mensen die de hulp écht niet zelf kunnen regelen of betalen. Indien deze maatregel wordt doorgevoerd, leidt dit tot lagere kosten voor gemeenten.  Om die reden vindt in de meicirculaire vanaf het jaar 2029 een korting plaats die voor Beekdaelen € 1,9 miljoen bedraagt. De gemeente verlaagt de uitgaven voor de hulp in het huishouden via een stelpost met hetzelfde bedrag waardoor de korting budgettair neutraal verloopt. De provinciaal toezicht houder zal binnenkort advies uitbrengen over de wijze waarop met de betreffende korting dient te worden omgegaan.

3.2 Beleidsontwikkelingen coalitieprogramma 2026-2030 met financiële gevolgen

Terug naar navigatie - - 3.2 Beleidsontwikkelingen coalitieprogramma 2026-2030 met financiële gevolgen

Recent heeft de raad het coalitieprogramma 2026-2030 vastgesteld. Uit de doorrekeningen die zijn opgenomen bij dat coalitieprogramma volgt dat het opgenomen beleid in het programma eenmalige en structurele kosten met zich meebrengt. De eenmalige kosten worden via aparte beslispunten bij het raadsvoorstel van de voorliggende kadernota gevraagd. Die middelen zijn immers al in het jaar 2026 nodig, terwijl de kadernota over de jaren 2027-2030 gaat.

De structurele middelen vanaf het jaar 2027 worden wél via deze kadernota gevraagd. In de onderstaande tabel is, per programma, samengevat om welk bedragen het gaat. In de hoofdstukken vijf tot en met acht, waarin wordt ingegaan op de programma’s, wordt dat nieuwe beleid verder toegelicht.

Structurele ruimtevraag coalitieprogramma
2027
2028
2029
2030
§
Programma 1 5. Samen besturen en veilig samenleven
104,4
104,4
136,3
136,3
5.1.2
Continueren digitaal participatieplatform
65,0
65,0
65,0
65,0
5.1.2
Geven van een structureel vervolg aan het ACT Preventiebeleid
39,4
39,4
71,3
71,3
4.1
Beekdaelen in je broekzak
Apart raadsvoorstel
§
Programma 2 Sterke gemeenschappen en gelijke kansen
175,0
175,0
175,0
175,0
6.1.2
Uitbreiden van het aantal dorpscoördinatoren van 2 naar 3
100,0
100,0
100,0
100,0
6.1.2
Verhogen van de jaarlijkse evenementensubsidie van 55k naar 100k,
45,0
45,0
45,0
45,0
6.1.2
Uitvoeren vernieuwde cultuurvisie en een Lokaal Cultuurakkoord
30,0
30,0
30,0
30,0
4.1
Realiseren nieuwe gemeenschapsvoorzieningen in de kernen Puth, Sweikhuizen en Schinveld
Apart raadsvoorstel Sweikhuizen/Schinveld
4.1
Actualiseren MeerJarenOnderhoudsPlan inclusief het DMJOP
Apart raadsvoorstel
4.1
Herijken Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)
Apart raadsvoorstel
4.1
Inbrengen lokale inclusieagenda als raadsvoorstel
Apart raadsvoorstel
§
Programma 3 Kwaliteit van wonen, werken en leven in een groene gemeente
150,0
150,0
150,0
150,0
7.1.2
Uitbreiding capaciteit om de gebiedsontwikkelingen en woningbouw te versnellen
100,0
100,0
100,0
100,0
7.1.2
Onderzoek naar inrichting en onderhoud kerkhoven
50,0
50,0
50,0
50,0
4.1
Voorleggen voorstel toekomstig groenonderhoud in Beekdaelen
Apart raadsvoorstel
4.1
Actualiseren IBOR, WRP en MIP
Apart raadsvoorstel
§
Programma 4 Krachtig organiseren en samenwerken
0,0
0,0
0,0
0,0
Geen aanvullende middelen nodig
Totale kosten coalitieprogramma
429,4
429,4
461,3
461,3

In de tabel is tevens aangegeven op welke plek in deze kadernota aanvullende informatie is opgenomen over de betreffende ontwikkeling.

3.3 Algemene beleidsontwikkelingen met financiële gevolgen

Terug naar navigatie - - 3.3 Algemene beleidsontwikkelingen met financiële gevolgen

Er is geïnventariseerd welk nieuw beleid de komende jaren op ons afkomt. De beleidsontwikkelingen zijn in aantal beperkt. In de onderstaande tabel zijn de bedragen vermeld. 

Nieuw beleid kadernota 2027
§
Eenmalig
2027
2028
2029
2030
Implementatie nieuwe wet regie versterking volkshuisvesting
7.2.2
pm
pm
pm
pm
pm
Aanvullen middelen strategische grondaankopen
7.2.2
72,6
0,0
0,0
0,0
0,0
Verhogen onderhoudsbijdrage twee rijksmonumentale windmolens
7.2.2
0,0
20,0
20,0
20,0
20,0
Bijdrage aan Stichting Samenwerking Zuid- Limburg
8.2.2
0,0
36,0
36,0
72,0
72,0
Hybride werken
8.2.2
0,0
pm
pm
pm
pm
Totaal eenmalig nieuw beleid
72,6
56,0
56,0
92,0
92,0

Een nadere toelichting op het beleid met financiële impact is opgenomen in de paragrafen 7.2.2 en 8.2.2 van deze kadernota. Definitieve besluitvorming vindt plaats met de vaststelling van de begroting 2027. 

3.4 Resultaat kadernota 2027

Terug naar navigatie - - 3.4 Resultaat kadernota 2027

De ontwikkelingen die zijn beschreven in de paragrafen 3.1 tot en met 3.3 leiden tot het onderstaande geprognotiseerde begrotingsresultaat. Het verloop van het resultaat laat zien dat de gemeente jaarlijks overschotten heeft die variëren van € 3,4 miljoen in het jaar 2027 tot € 2,0 miljoen in het jaar 2030.

Resultaat kadernota 2027
2027
2028
2029
2030
Gepresenteerd resultaat volgens paragraaf 3.1
3.926,0
2.003,9
2.117,5
2.562,6
Rentekosten eenmalige uitgaven coalitieprogramma
-45,9
-45,9
-45,9
-45,9
Structurele kosten coalitieprogramma volgens paragraaf 3.2
-429,4
-429,4
-461,3
-461,3
Kosten algemene beleidsontwikkelingen volgens paragraaf 3.3
-56,0
-56,0
-92,0
-92,0
Resultaat kadernota als geen maatregelen worden doorgevoerd
3.394,7
1.472,5
1.518,3
1.963,4