5. Programma 3 | Kwaliteit van wonen, werken en leven in een groene gemeente
5.1 Inleiding
Terug naar navigatie - - 5.1 InleidingInleiding
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - InleidingBinnen dit programma werken we aan een veerkrachtig, groen en cultuurrijk landschap, waar ruimte is om te wonen, te werken, te genieten en te ondernemen, waar vitale dorpen en groene omgeving elkaar versterken en waar balans en samenhang zorgen voor een leefbare en beleefbare gemeente. Nu en in de toekomst. Hierbij werken we samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen, verenigingen en veiligheidspartners en sluiten we aan bij het coalitieprogramma 2026-2030.
Deze inleiding beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen die samen de basis vormen voor de ambities in paragraaf 5.2. Daarbij gaat het om een passend en gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen, het versterken van onze groene en cultuurhistorische identiteit, onze opgaven binnen de energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid, lokaal ondernemerschap en een veilige en duurzame inrichting van de openbare ruimte.
Wonen en herstructurering
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - Wonen en herstructureringBeekdaelen is meer dan een plek om te wonen; het is ons thuis. Een thuis is een plek waar je jezelf kunt zijn en die aansluit bij de fase van het leven waarin je je bevindt. Daarom zetten we ons in voor een gevarieerd woningaanbod dat past bij de wensen en behoeften van huidige en toekomstige inwoners.
De uitdagingen op de woningmarkt, zoals herstructurering, nieuwbouw, leefbaarheid en duurzaamheid, vragen om een sterke samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en marktpartijen. Op basis van het woonbehoefteonderzoek (STEC, geactualiseerd in 2026) en de Woondeal zetten we in op een versnelling van de woningbouw voor onder meer jongeren, gezinnen en ouderen.
De Woondeal, ondertekend in maart 2023, bevat voor Beekdaelen de opgave om uiterlijk in 2030 in totaal 900 woningen toe te voegen. De Regionale en Lokale Woonvisies 2023-2028 geven hierbij richting aan thema’s als leefbaarheid, betaalbaarheid, wonen met zorg, duurzaamheid en aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Daarnaast zijn via de Regio Deal en het Volkshuisvestingsfonds de afgelopen jaren verschillende herstructureringsprojecten gestart.
In de eerste helft van 2027 wordt (op initiatief van de provincie) de Woondeal geactualiseerd op basis van de nieuwe woningbehoefteonderzoeken en nieuw beleid.
De druk op de woningmarkt is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Inmiddels zijn tientallen woningen gerealiseerd en zijn er diverse projecten vergund die momenteel worden ontwikkeld. In de komende jaren gaan we stevig versnellen. In meerdere kernen wordt gewerkt aan woningbouw, herontwikkeling of gebiedsontwikkeling. Daarbij kijken we per kern wat passend en haalbaar is. In de grotere kernen Schimmert, Doenrade, Schinveld en Hulsberg lopen grote woningbouwprojecten, aangevuld met kleinere initiatieven. Ook in andere kernen werken we aan onze woningbouwopgave, waarbij leefbaarheid en toekomstbestendigheid van iedere kern centraal staat.
Wij verwachten dat wij de opgave tot 2030 kunnen halen, aangezien meerdere woningbouwlocaties in onderzoek en ontwikkeling zijn.
Voor de regionale woonzorgvisie wordt in 2027 gewerkt aan een uitvoeringsprogramma. Daarbij zoeken we een goede balans tussen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid voor verschillende doelgroepen en de draagkracht van de gemeenschap.
Samen met woningcorporaties maken we zowel eenjarige als meerjarige prestatieafspraken. Daarbij richten we ons onder meer op het beschikbaar houden van sociale en betaalbare huurwoningen voor de inwoners die daarop zijn aangewezen. Ook bieden we corporaties ruimte om locaties te ontwikkelen of te herontwikkelen, passend binnen de gemeentelijke ambities.
Buitengebied en groenbeleid - natuur en landschap
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - Buitengebied en groenbeleid - natuur en landschapDe gemeente Beekdaelen vormt vanwege haar ligging letterlijk èn figuurlijk de groene verbinding tussen de stedelijke gebieden van Parkstad Limburg, de Westelijke Mijnstreek en het Heuvelland. Bestuurlijk, beleidsmatig en via projecten zetten wij ons daarom nadrukkelijk in om voortdurend verbindingen te leggen tussen de gemeenten in Westelijk Zuid-Limburg en de gemeenten in Stadsregio Parkstad Limburg.
Beekdaelen heeft een karakteristiek landschap en in de gemeente is veel cultuurhistorisch en hooggewaardeerd erfgoed aanwezig. De verscheidenheid in het landschap maakt het aantrekkelijk voor zowel de eigen inwoners als voor de groeiende groep toeristen en recreanten.
De kwaliteiten van het landschap en het daarbij horende verdienvermogen blijven evenwel niet vanzelf in stand. Daar zijn inspanning en samenwerking tussen private en publieke partijen voor nodig. De agrarische sector speelt hierbij een belangrijke rol, evenals onder meer particuliere grondeigenaren, terreinbeherende organisaties en Waterschap Limburg.
Bij de verdere ontwikkeling van het landschap vormt het Landschapskader Beekdaelen handvatten als visie- en inspiratiedocument, welke ook de inhoudelijke lading vormt voor de Gemeentelijke Omgevingsvisie.
Steeds meer maatschappelijke opgaven zullen moeten landen in het landschap. Denk hierbij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast, het reduceren van stikstof, het verbeteren van landschaps- en natuurkwaliteit en het zorgen voor schoon grond- en oppervlaktewater, maar ook het behouden en waar mogelijk versterken van de toeristische aantrekkelijkheid, de woningbouwopgave en de circulaire economie. Hierbij gaat het dus niet alleen om doelen waar het landelijk gebied baat bij heeft. Zeker waar het betreft de stikstofproblematiek ligt in het landelijk gebied de sleutel voor de oplossing van stagnerende ontwikkelingen in het bebouwd gebied. Speciale aandacht verdient de biobased economie, waarbij veel van voorgenoemde doelen kunnen worden gecombineerd, mits hiervoor een rendabele businesscase kan worden ontwikkeld. Samenwerking en afstemming tussen partijen op Zuid-Limburgs niveau is hierbij cruciaal.
Om evenwicht te bereiken tussen de diverse functies en doelen in het landschap is een gebalanceerde ruimtelijke ordening nodig. Daarbij zijn heldere keuzes nodig, onder meer via de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Evenwicht is nodig tussen behoud van het open en groene karakter van het buitengebied, natuur- en landschapswaarden, de recreatieve aantrekkelijkheid van het landschap, een duurzame en gezonde bedrijfsvoering en toekomstperspectief voor agrariërs, het voorkomen van leegstand van (agrarisch) vastgoed en invulling van maatschappelijke opgaven op het gebied van bijvoorbeeld water en energie.
Deze opgaven worden bezien in samenhang met de landelijke ruimtelijke koers uit de NOVI en de uitwerking daarvan in LOS en POVI, waarbij wordt gestuurd op een toekomstbestendig landelijk gebied en een zorgvuldige inrichting van de schaarse ruimte.
Ons hart voor het groene karakter van Beekdaelen zien we ook terug in de inrichting èn het behoud van het groene karakter van onze kernen. Via het programma ‘Beekdaelen b(l)oeit!’ worden onze inwoners hierbij betrokken. Daarnaast wordt bij nieuw te ontwikkelen locaties nadrukkelijk aandacht besteed aan de aspecten hittestress, water en groen.
Ruimte en mobiliteit
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - Ruimte en mobiliteitHet areaal aan openbare wegen, fiets- en voetpaden is voor onze gemeente met een oppervlakte van 7,8 ha relatief groot. Dat vraagt om een grote inzet van onze beheerteams en de buitendienst. Vanuit het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) wordt hier uitvoering aan gegeven, waardoor de kwaliteit van de buitenruimte integraal wordt benaderd. Hiermee voldoen wij aan de kwaliteitseisen voor de openbare ruimte, rekening houdend met de gebruiksmogelijkheden, beeldkwaliteit, veiligheid en verzorgingsgraad en daarmee de leefbaarheid van de wijken en dorpen. Daarbij willen wij zoveel mogelijk deelnemen aan initiatieven vanuit de wijken en dorpen (eigen kracht) en deze zoveel mogelijk ondersteunen.
We vinden het belangrijk om daar waar mogelijk te stimuleren dat onze inwoners voor korte afstanden, zoals verkeersbewegingen binnen de bebouwde kom, de auto laten staan. We hanteren als uitgangspunt dat de doorstroming voor het verkeer goed moet zijn op de hoofdroutes, waarbij geldt dat leefbaarheid voor bereikbaarheid gaat. In de straten binnen de bebouwde kom willen we door snelheidsbeperking tot maximaal 30 km/u en door een passende inrichting de inwoners uitnodigen om vooral te gaan wandelen en fietsen. Dit maakt deel uit van het opgestelde uitvoeringsplan. Samen zorgen we ervoor dat onze straten, buurten en buitengebied veilig zijn en blijven. Dit doen we door met elkaar in gesprek te blijven over verkeersveiligheid en voortdurend op zoek te gaan naar duurzame oplossingen die bijdragen aan een leefbare en veilige woonomgeving.
In dat kader blijven wij ook aandacht eisen bij andere overheden voor de schadelijke gevolgen van vliegverkeer boven kernen in onze gemeente. We continueren onze verzoeken richting landelijke overheid om naar de toekomst toe rekening te houden en te bevorderen dat nieuwe ontwikkelingen niet tot voortzetting en zeker niet tot verdere aantasting van ons leefklimaat zullen leiden.
Het AWACS-dossier heeft al velen jaren aandacht. Hierin zijn de afgelopen jaren op basis van afspraken op hoofdlijnen met de betrokken partners in het dossier stappen gezet.
Actuele thema’s in dit dossier blijven de aandacht houden door de contacten met het ministerie van Defensie, de provincie en de gemeente Brunssum en door middel van participatie in de commissie AWACS Limburg waarbij onze inzet is en blijft de hinder van het vliegveld zoveel mogelijk te bespreken en zoveel mogelijk te verminderen.
In 2027 zal voor het vliegveld Maastricht Aachen Airport een ontwerp Luchthavenbesluit in procedure zijn. Voor burgers en (overheids) instanties bestaat de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen een ontwerp-luchthavenbesluit. Als wij dit naar aanleiding van het ontwerp overwegen, betrekken wij uw raad hierbij.
Klimaatadaptatie en circulaire economie
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - Klimaatadaptatie en circulaire economieKlimaatverandering
De klimaatverandering stelt nieuwe eisen aan het beheer van de openbare ruimte. Zo hebben we vaker te maken met zeer intensieve regenbuien en langdurig droge periodes. Dit heeft invloed op het ontwerp en beheer van de openbare ruimte. In (boven)regionaal verband wordt samengewerkt aan het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), waarin ambities zijn opgenomen om te zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Met Waterschap Limburg blijven we samenwerken binnen de aanpak ‘Water in balans’. In Beekdaelen is het Water- en rioleringsprogramma 2024-2027 van kracht. Als onderdeel hiervan zetten we in op het afkoppelen van regenwater, het verwerken van water op eigen terrein en het verminderen van verhard oppervlak.
Circulariteit
In een circulaire economie stappen we af van ‘produceren, consumeren en weggooien’. We gebruiken grondstoffen en materialen zo lang mogelijk en geven ze waar mogelijk een tweede leven. In Beekdaelen doen we dit bijvoorbeeld door bij projecten in de openbare ruimte te kijken naar hergebruik van bestrating, straatmeubilair en groenmaterialen. Ook bij gemeentelijke gebouwen, maatschappelijke voorzieningen, inkoop en aanbestedingen nemen we circulaire keuzes steeds vaker mee.
Samen met inwoners, verenigingen en ondernemers stimuleren we minder afval, reparatie, delen en hergebruik. Zo beperken we verspilling, verminderen we milieubelasting en houden we materialen langer waardevol voor onze gemeente.. Daarmee sparen we behalve onze grondstoffen ook het milieu, verminderen we onze CO2-uitstoot en stimuleren we innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid.
Voor ons huishoudelijk afval is het Grondstoffenplan de leidraad.
Verder is er het Uitvoeringsprogramma Parkstad Circulair 2024-2030. De regio Parkstad en de daarin samenwerkende gemeenten omarmen de landelijke doelstelling van het Rijk: Een volledig circulaire economie in 2050. Voor 2030 streven we naar 50% minder gebruikt van mineralen, fossiele brandstoffen en metalen.
Circulariteit heeft invloed op vrijwel alle gemeentelijke beleidsvelden. Een kennisprogramma voor gemeentelijke medewerkers bevordert kennisvermeerdering op al die velden. De woningbouw, de rest van de gebouwde omgeving, een circulaire en regionale landbouwproductie van bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen zijn belangrijke voorbeelden van beleidsvelden waar circulariteit invloed op heeft.
Economie en toerisme
Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding - Economie en toerismeEconomie
Wij bieden ondernemers ruimte om te ondernemen, vanuit een positieve grondhouding en met duidelijke kaders. Onze bedrijfscontactfunctionarissen zijn zichtbaar, proactief en uitnodigend. Het succesvolle eerste Ondernemersgala in november 2025 krijgt daarom in 2027 een vervolg.
De economische visie van Beekdaelen, vastgesteld in 2025, geeft richting aan de ontwikkeling van bedrijventerreinen, winkelclusters en vitale kernen. Op basis hiervan werken we aan een uitvoeringsprogramma voor 2027–2031, dat eind 2026 gereed is.
Het komende jaar werken we onder meer aan de bewegwijzering van de bedrijventerreinen, onderzoeken we de mogelijkheden voor het oprichten van een ondernemersfonds. Ook staat in 2027 de organisatie van het Ondernemersgala weer op het programma.
De resultaten uit de GROS Haalbaarheidsstudie met Kreis Heinsberg worden eind 2027 gepresenteerd. De verwachting is dat de resultaten een goede basis vormen voor grensoverschrijdende samenwerking.
Daarnaast krijgt bedrijventerrein De Horsel een kwalitatieve en duurzame impuls. De groene corridor en natuurlijke waarden blijven daarbij leidend. Bedrijven die niet passen in de kernen stimuleren we om te verhuizen naar geschikte bedrijventerreinen. Zo ontstaat ruimte voor woningbouw en versterken we tegelijkertijd de economie en leefbaarheid van onze kernen.
In onze winkelclusters stimuleren we innovatief ondernemerschap en geven we voormalige aanloopstraten, zoals de Stationstraat in Nuth en de Beekstraat in Schinveld, een nieuwe toekomst. We blijven investeren in een sterke winkelstructuur en een aantrekkelijk voorzieningenniveau. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden voor een ondernemersfonds en/of starterssubsidie voor beginnende ondernemers.
Vrijetijdseconomie
Beekdaelen zet in op een duurzame en toekomstbestendige vrijetijdseconomie waarin leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en brede welvaart centraal staan. Daarbij ontwikkelen wij toerisme en recreatie vanuit hun bijdrage aan vitale dorpen, een aantrekkelijke leefomgeving en brede maatschappelijke meerwaarde voor onze inwoners. In lijn met de visie Bestemming Zuid-Limburg 2030 versterken wij de kwaliteit en duurzaamheid van het toeristisch-recreatieve aanbod, met behoud van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en een goede balans tussen bezoekers, ondernemers en inwoners.
In 2027 versterken wij de datagedreven beleidsontwikkeling binnen de vrijetijdseconomie door de verdere ontwikkeling van de regionale datahub. De eerste dashboards bieden inzicht in bezoekersstromen en het toeristisch-recreatieve aanbod. In de daaropvolgende jaren wordt de datahub uitgebreid met inzicht in economische effecten, leefbaarheid en de impact van recreatie op natuur en landschap. Hiermee versterken wij onze informatiepositie, kunnen wij ontwikkelingen tijdig signaleren en bijsturen, en borgen wij een duurzame balans tussen toerisme, recreatie, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit.
5.2 Wat willen we bereiken
Terug naar navigatie - - 5.2 Wat willen we bereikenIn het coalitieprogramma ‘Groeien in Groen’ zijn de onderstaande ambities opgenomen voor dit programma:
- We streven naar een passend, betaalbaar en toekomstbestendig woningaanbod voor alle doelgroepen.
- Onze groene en cultuurhistorische identiteit willen we behouden en versterken.
- We ondersteunen een duurzame landbouwtransitie die perspectief biedt aan agrariërs en bijdraagt aan natuur- en landschapswaarden.
- We werken samen met inwoners, ondernemers en partners aan de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie.
- We streven naar een veilige, duurzame en leefbare inrichting van de openbare ruimte.
- We bieden ruimte aan lokaal ondernemerschap binnen heldere kaders en hanteren een actieve, meedenkende houding richting ondernemers.
5.3 Wat gaan we daarvoor doen?
Terug naar navigatie - - 5.3 Wat gaan we daarvoor doen?5.3.1 Beleidsontwikkelingen uit het coalitieprogramma waarvoor middelen worden gevraagd in deze begroting
Terug naar navigatie - - 5.3.1 Beleidsontwikkelingen uit het coalitieprogramma waarvoor middelen worden gevraagd in deze begrotingInleiding
Terug naar navigatie - 5.3.1 Beleidsontwikkelingen uit het coalitieprogramma waarvoor middelen worden gevraagd in deze begroting - InleidingIn het coalitieprogramma zijn diverse beleidsontwikkelingen beschreven die financiële gevolgen hebben. Deze zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
Structurele ruimtevraag coalitieprogramma programma 3 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Uitbreiding capaciteit om de gebiedsontwikkelingen en woningbouw te versnellen |
100 |
100 |
100 |
100 |
|
Onderhoud nieuwe inrichting kerkhoven |
50 |
50 |
50 |
50 |
|
150 |
150 |
150 |
150 |
Uitbreiding capaciteit om de gebiedsontwikkelingen en woningbouw te versnellen
Terug naar navigatie - 5.3.1 Beleidsontwikkelingen uit het coalitieprogramma waarvoor middelen worden gevraagd in deze begroting - Uitbreiding capaciteit om de gebiedsontwikkelingen en woningbouw te versnellenBeekdaelen kent, net als veel andere gemeenten, een aanzienlijke woningbouwopgave. Voldoende passende woningen zijn belangrijk voor al onze inwoners én voor nieuwe inwoners die onderdeel willen worden van onze gemeenschap. Jongeren, gezinnen, ouderen en andere woningzoekenden moeten de kans krijgen om in Beekdaelen te wonen en te blijven wonen.
Daarom blijven we werken aan passende en betaalbare woonruimte, met oog voor de leefbaarheid en identiteit van onze kernen.
Het realiseren van meer woningen vraagt onder meer om voldoende ambtelijke capaciteit. Tegelijkertijd zien we dat -naast de landelijke en regionale obstakels- personeelsgebrek ook een van de obstakels is om de geplande (nieuw)bouw te realiseren. Specifiek gaat het hierbij om al het personeel dat beschikbaar is voor de gemeentelijke keten van planvoorbereiding, procedure-uitvoering (waaronder vergunningverlening) en projectbegeleiding tot de realisatiefase. Gelet op de ambities uit de afgesproken woondeal en gezien de ambities uit het coalitieprogramma met betrekking tot de gebiedsontwikkelingen en versnelling van de woningbouw breiden wij de bestaande ambtelijke capaciteit uit met minstens 1 fte vanaf 2027.
Onderhoud nieuwe inrichting kerkhoven
Terug naar navigatie - 5.3.1 Beleidsontwikkelingen uit het coalitieprogramma waarvoor middelen worden gevraagd in deze begroting - Onderhoud nieuwe inrichting kerkhovenBegraafplaatsen hebben binnen de kernen van Beekdaelen een belangrijke maatschappelijke, culturele en historische functie. Vanuit het coalitieprogramma Groeien in Groen is de ambitie uitgesproken om samen met de parochies te onderzoeken hoe gemeentelijke en parochiële begraafplaatsen toekomstbestendig, groener en onderhoudsvriendelijker kunnen worden ingericht.
De Kerkendialoog omvat 23 gemeentelijke en parochiële begraafplaatsen. De gemeentelijke begraafplaatsen beslaan circa 51.400 m² en de 13 parochiële begraafplaatsen circa 21.600 m². Daarnaast zijn er bijzondere begraafplaatsen, zoals begraafplaatsen met oorlogsgraven en kloosterbegraafplaatsen, die niet in de Kerkendialoog zijn opgenomen. De reikwijdte van de opgave moet daarom eerst nader worden bepaald.
De verdere uitwerking start na vaststelling van het IBOR en daarmee op zijn vroegst in 2028. In de eerste fase wordt de opdracht nader afgebakend en wordt met de parochies gesproken over wensen, verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor samenwerking. Op basis hiervan worden de gewenste ambitie, scope en uitgangspunten bepaald.
Vervolgens wordt een plan uitgewerkt waarin inrichting, beheer, onderhoud, fasering en financiële consequenties in beeld worden gebracht. De gemeenteraad wordt tijdens dit proces geïnformeerd en betrokken bij de belangrijkste keuzemomenten. Nadat de planvorming is afgerond, wordt een voorstel aan de raad voorgelegd met de inhoudelijke keuzes, financiële consequenties en het voorgestelde vervolg.
Omdat op dit moment nog niet duidelijk is of de eerder beschikbaar gestelde middelen aansluiten bij de uiteindelijke opgave, wordt het beschikbare budget in eerste instantie ingezet voor opdrachtformulering en planvorming. Besluitvorming over eventuele aanvullende investeringen en structurele beheer- en onderhoudskosten vindt pas plaats nadat de omvang en ambitie van de opgave voldoende zijn uitgewerkt.
5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen
Terug naar navigatie - - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgenHerijking gemeentelijk erfgoedregister
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Herijking gemeentelijk erfgoedregisterIn 2027 en verder werken we aan de herijking van het gemeentelijk erfgoedregister. Deze herijking vloeit voort uit eerder vastgesteld beleid en past binnen het bestaande budget; hiervoor is geen aanvullende financiële claim aan de orde.
Uitvoering motie klein erfgoed
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Uitvoering motie klein erfgoedEr wordt uitvoering gegeven aan de door de raad aangenomen motie klein erfgoed. Deze motie vraagt om een nadere verkenning en mogelijke inzet op het behoud en de waardering van kleinschalig erfgoed. De uitwerking hiervan is een bevoegdheid van het college.
Het onderzoek hiertoe zal in 2027 worden afgerond (onderhoudsprogramma voor klein erfgoed in de openbare ruimte).
Invulling regioarcheoloog
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Invulling regioarcheoloogDe huidige regioarcheoloog Parkstad is, na ca. 15 jaar in dienst te zijn geweest, per 13 april 2026 gestopt. De inzet van een regioarcheoloog is voor Beekdaelen essentieel voor het kunnen uitvoeren van wettelijke taken op het gebied van archeologie, waaronder advisering bij ruimtelijke ontwikkelingen, vergunningverlening en de uitvoering van archeologisch beleid onder de Omgevingswet. Deze functie is daarnaast van groot belang voor regionale afstemming, kennisborging en continuïteit. Tot die tijd wordt er gewerkt met een vervangend adviseur via externe bureaus. De kosten hiervan vallen voor zover nu verwacht binnen het beschikbare budget en de periodieke indexering van de gemeentelijke bijdrage.
In samenspraak met de overige Parkstadgemeenten wordt de komende periode verkend hoe deze functie opnieuw wordt ingevuld. Hierbij wordt gekeken naar de organisatorische invulling, het takenpakket en de financiële verdeling tussen de deelnemende gemeenten. Dit kan leiden tot een wijziging van de structurele jaarlijkse bijdrage vanaf 2027. De gesprekken hierover lopen nog.
Energieopwekking Beekdaelen
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Energieopwekking BeekdaelenIn 2040 is voldoende opwek van energie in Beekdaelen om een energieneutrale gemeente te worden. Dit doen we door groene energie op te wekken op daken en waar dit landschappelijk in te passen is, ook op de grond.
Middels o.a. ontwikkeling van een "zon op dak" aanpak, stimuleringslening voor MKB en organisaties, Energietuin Jabeek en een Energiehub op de Gyselaar, wordt gestreefd om Beekdaelen van hernieuwbare energie te voorzien. Deze opgave overstijgt zowel gemeente- als landsgrenzen. Daarom verkennen wij samen met gemeente Gangelt de mogelijkheden voor een grensoverschrijdende aanpak gericht op hernieuwbare energieopwekking en het terugdringen van netcongestie. De kosten worden gedekt door Rijksmiddelen. Vooralsnog zijn geen aanvullende gemeentelijke middelen nodig.
Euregionale samenwerking Gangelt
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Euregionale samenwerking GangeltDe energietransitie vraagt om oplossingen die verder reiken dan gemeente- en landsgrenzen. Daarom onderzoeken Beekdaelen en Gangelt gezamenlijk de ontwikkeling van een grensoverschrijdende energiehub met windenergie, grootschalige batterijopslag en een datacenter op Duits grondgebied, gekoppeld aan het Nederlandse elektriciteitsnet.
Deze aanpak draagt niet alleen bij aan de regionale opwek van duurzame energie, maar biedt ook kansen om de druk op het elektriciteitsnet te verlagen. Daarmee versterken we zowel de energievoorziening als de economische ontwikkeling van de regio.
Circulair Beekdaelen
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Circulair BeekdaelenHet doel is om in 2050 een volledig circulaire gemeente te zijn. Hiervoor is een regionaal Uitvoeringsprogramma Circulariteit 2024 – 2030 in Parkstadverband opgesteld om hier stapsgewijs naar te werken. Er wordt gewerkt aan een herijking van dit uitvoeringsprogramma om in te spelen op de huidige ontwikkelingen en kansen resulterend in Uitvoeringsprogramma Circulariteit 2027-2030.
De gemeentelijke en regionale doelstellingen zijn in lijn met het nationale doelstelling om in 2050 circulair te zijn. Om hier tijdig op in te spelen dienen we nu al meer circulair te gaan werken op bijvoorbeeld het gebied van de bouwketen, de fysieke leefomgeving en het buitengebied zoals aangegeven in het huidige Uitvoeringsprogramma Parkstad Circulair 2024-2030. Een voorbeeld van circulariteit in het buitengebied is het bevorderen van de van ‘Plant tot Pand-keten’.
Vooralsnog wordt verwacht dat geen aanvullende middelen nodig zijn buiten de Rijksmiddelen en Parkstad middelen.
SoortenManagementPlan
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - SoortenManagementPlanGemeente Beekdaelen zet in op het verduurzamen van woningen en het bevorderen van energiebesparing, met inachtneming van de bescherming van beschermde diersoorten. Met deze reden wordt ingezet op Natuurvriendelijk Isoleren (NVI) en de ontwikkeling van een gemeentedekkend Soortenmanagementplan (SMP). Met deze aanpak wordt de biodiversiteit beschermd, worden ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt en zijn de procedures juridisch geborgd via een omgevingsvergunning.
In 2027 is verwacht een aanbesteding gegund te hebben en daarmee de ontwikkelingen van een NVI en SMP in Beekdaelen te starten. Bijzonder aan deze aanbesteding in Beekdaelen is dat ook wordt ingezet op meenemen van studenten ecologie bij het veldonderzoek. Hiermee geven we studenten een waardevolle leerervaring in onze gemeente en beogen we maatschappelijk het meeste uit ons Soortenmanagementplan te halen.
Dit plan wordt gevoed vanuit daarvoor bestemde Rijksmiddelen aangevuld met Provinciale subsidie waardoor er geen gemeentelijke middelen benodigd zijn.
Koppelen middelen uit regeling Realisatiestimulans aan budgetten voor volkshuisvesting
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Koppelen middelen uit regeling Realisatiestimulans aan budgetten voor volkshuisvestingHet Rijk geeft gemeenten vanaf 2026 € 7.000 per betaalbare woning, door middel van de nieuwe regeling Realisatiestimulans, waarvan de bouw een jaar eerder is gestart. Gemeenten mogen dit geld vrij besteden aan hun woningbouwopgave. Mogelijke doelen zijn: tekorten in projecten oplossen, betaalbare woningbouw steunen, extra personeel inzetten of geld in een reserve of fonds plaatsen. Deze specifieke regeling duurt van 2026 tot en met 2030, waarbij het gaat om de start van bouw van woningen in de periode 2025 tot en met 2029.
De gemeenteraad heeft vanuit haar bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen (budgetrecht) een verantwoordelijkheid in het aanwenden van een SPUK, zoals de Realisatiestimulans (€ 7.000 (exclusief btw) voor elke betaalbare woning). Met de middelen kan de gemeente naar eigen inzicht haar woningbouwopgave financieel ondersteunen.
Omdat niet met 100% zekerheid te stellen is hoeveel woningen jaarlijks starten met de bouw, wordt vooraf geen vast bestedingsdoel gekozen. De ontvangen middelen gebruiken we voor volkshuisvestelijke opgaven, zoals de bouw van betaalbare woningen, de versnelling van de woningbouw en uitvoering van nieuwe wetgeving en voegen we jaarlijks (via de bestuursrapportages) toe aan het bestaande werkkrediet voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties.
Leefbaarheidsfonds AWACS
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Leefbaarheidsfonds AWACSHet ministerie van Defensie en de gemeenten Beekdaelen en Brunssum hebben in februari 2025 een bestuurlijke overeenkomst gesloten waarbij het ministerie een bedrag van vijf miljoen euro - gelijkelijk te verdelen over beide gemeenten - ter beschikking heeft gesteld voor een leefbaarheidsfonds AWACS. Het college overweegt om deze middelen in navolging van het raadsbesluit van februari 2026 in te zetten voor het masterplan Schinveld. In de voorstellen over het masterplan Schinveld zal dit worden meegenomen.
Voorgenomen uitgaven behoren in alle gevallen te passen binnen het bestedingskader zoals dat is vastgelegd in de afspraken op hoofdlijnen. Om een zo gericht mogelijke besteding van de middelen te waarborgen en de beheerlast te beperken wordt het fonds niet opengesteld voor externe aanvragers (inwoners of organisaties).
Het ministerie van Defensie heeft vervolgens eind 2025 een (geoormerkt) bedrag van 2,5 miljoen aan Beekdaelen beschikbaar gesteld. In het op 4 februari 2025 aangepaste raadskader AWACS heeft de raad bepaald (onder onderdeel f.) dat de gelden die de gemeente ontvangt ter compensatie van overlast worden besteed aan leefbaarheid. Aan de gemeenteraden is toegezegd dat zij zullen worden betrokken bij de te maken afwegingen ten aanzien van de inzet van middelen uit het leefbaarheidsfonds.
De gemeenteraad van Beekdaelen heeft een voorziening "leefbaarheidsfonds AWACS" ingesteld bij de behandeling van de gemeentebegroting 2026. Daarmee is de formele start van het leefbaarheidsfonds per 1 januari 2026 mogelijk gemaakt. In februari 2026 heeft de raad besloten dat het gebied waar de meeste overlast wordt ervaren (kern Schinveld) het meest aangewezen gebied is voor besteding van gelden.
Met de partijen is afgesproken dat het financiële verloop van de aanwendingen en toevoegingen wordt gepresenteerd in de jaarstukken van de gemeenten. Na vaststelling van de jaarstukken worden de bestedingen in het voorbije jaar ook besproken en verantwoord in het bestuurlijk overleg.
Het college overweegt om in aanvulling op het raadsbesluit van februari 2026 delen van de revitalisering/masterplan van de kern Schinveld in 2027 te kunnen realiseren met een bijdrage uit het fonds. In de voorstellen over het masterplan Schinveld zal dit worden meegenomen.
Implementatie nieuwe wet regie versterking volkshuisvesting
Terug naar navigatie - 5.3.2 Algemene ontwikkelingen zonder financiële gevolgen - Implementatie nieuwe wet regie versterking volkshuisvestingDe Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) is per 1 juli 2026 in werking getreden.
Gemeenten dienen uiterlijk op 1 januari 2028 te beschikken over een Huisvestingsverordening. Hierin dient minimaal een urgentieregeling te worden opgenomen voor de wettelijk verplichte urgentiedoelgroepen. Er wordt gewerkt aan een subregionaal uitgewerkte en afgestemde urgentieregeling. De gemeente kan aanvullende urgentiegroepen toevoegen.
Tevens dient per 1 juli 2027 een Volkshuisvestingsprogramma te zijn vastgesteld. Dit is een collegebevoegdheid. Ook dit wordt zoveel als mogelijk in de subregio Parkstad opgepakt en afgestemd.
De gemeente wordt gecompenseerd door een eenmalige uitkering in het gemeentefonds. Of er structurele bijdragen komen, is nog niet bekend. Hoeveel het gaat kosten aan capaciteit en middelen is momenteel nog niet duidelijk. Dit hangt deels ook samen met de bestuurlijke keuzes.
5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begroting
Terug naar navigatie - - 5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begrotingAanvullen middelen strategische grondaankopen
Terug naar navigatie - 5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begroting - Aanvullen middelen strategische grondaankopenHet budget strategische grondaankopen voor was begroot op € 500.000 en toegekend door uw raad. In 2026 is een tweetal grondaankoop gedaan die deels ten laste van het budget strategisch grondaankopen zijn gebracht. Het resterende budget Strategische grondaankopen ten bedrage van € 425.908 zal met instemming van uw raad weer aangevuld kunnen worden tot het bedrag van € 500.000.
Verhogen onderhoudsbijdrage twee rijksmonumentale windmolens
Terug naar navigatie - 5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begroting - Verhogen onderhoudsbijdrage twee rijksmonumentale windmolensDe gemeente Beekdaelen heeft twee rijksmonumentale windmolens: de Janssenmolen in Oirsbeek en de Beltkorenmolen in Nuth. Beide zijn nog altijd in gebruik als molen. Voorgesteld wordt de jaarlijkse bijdrage vanaf 2027 voor beide gemeentelijke molens te verhogen van € 5.000 naar € 15.000 per molen. Deze verhoging leidt tot een structurele lastenstijging van € 20.000 per jaar.
De voorgestelde bijdrage is onderbouwd op basis van landelijke ontwikkelingen (o.a. verhoging van het SIM-subsidieplafond en stijgende bouwkosten) en lokale kostendruk. Uit informatie van de moleneigenaren en Monumentenwacht Limburg blijkt dat de jaarlijkse onderhouds- en instandhoudingskosten substantieel hoger liggen (circa € 25.000–€ 40.000 per jaar), mede door indexering, onderhoudsachterstanden, biotoopbelasting en aangescherpte veiligheidseisen.
Binnen deze context is € 15.000 per molen een proportionele en realistische structurele bijdrage die noodzakelijk is om de afgesproken prestaties (onderhoud, inspecties en openstelling) uitvoerbaar te houden en risico’s op uitgesteld onderhoud te beperken.
Energiearmoede in isolatieproject
Terug naar navigatie - 5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begroting - Energiearmoede in isolatieprojectBij de vaststelling van de begroting 2023 heeft de raad besloten om € 450.000 uit de toenmalige reserve coronacrisis beschikbaar te stellen voor de vorming van een noodfonds energiecrisis. Het doel van dit fonds was huishoudens die door de sterk gestegen energieprijzen in financiële problemen kwamen tijdelijk te ondersteunen. Ondanks diverse inspanningen om het fonds onder de aandacht te brengen, is uiteindelijk slechts € 38.000 aangevraagd en toegekend aan huishoudens in Beekdaelen.
Een mogelijke verklaring voor het beperkte gebruik van het noodfonds is de terughoudendheid van inwoners ten aanzien van incidentele compensatieregelingen voor energiekosten. Deze terughoudendheid kan mede samenhangen met eerdere landelijke ervaringen waarbij inwoners achteraf ontvangen tegemoetkomingen vanuit het Rijk moesten terugbetalen. Hierdoor is een aanzienlijk deel van de gereserveerde middelen niet benut.
Hoewel de acute energiecrisis van 2022 inmiddels is afgenomen, blijft energiearmoede voor een deel van de inwoners een structureel probleem. Bovendien is er een instabiele geopolitiek in de wereld welke invloed heeft op onze energieprijzen. Met name huishoudens in slecht geïsoleerde woningen worden geconfronteerd met blijvend hoge energielasten. Binnen het Isolatieproject Parkstad zijn van de 110 Beekdaelense huishoudens die tot de doelgroep energiearmoede1 behoren inmiddels 70 huishoudens ondersteund met een isolatiesubsidie op basis van het huidige subsidieplafond van € 530.000.
Voorgesteld wordt om € 300.000 van de vrijgevallen middelen uit het noodfonds energiecrisis opnieuw beschikbaar te stellen voor de aanpak van energiearmoede binnen het Isolatieproject Parkstad. Die middelen zijn destijds vrijgevallen ten gunste van de reserve nog te bestemmen, dus de reserve wordt hier nu weer voor ingezet. Met deze budgetverhoging kunnen naar verwachting ongeveer 40 extra huishoudens worden ondersteund, waardoor de volledige doelgroep energiearmoede binnen het project kan worden bereikt. Dit wordt ondersteund met een gerichte communicatie- en activatiecampagne, zodat alle huishoudens binnen deze doelgroep in de winterperiode de mogelijkheid krijgen gebruik te maken van de beschikbare subsidie.
1 De regionaal afgestemde doelgroep energiearmoede binnen het isolatieproject bestaat uiteigenaar bewoners die in 2023 energietoeslag hebben gekregen. Ook moet de woning voldoen aan een woz waarde van €344.00 of lager en beschikken over energielabel D, E, F of G of beschikken over minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen.
Subisidieregeling Groene daken en gevels
Terug naar navigatie - 5.3.3 Algemene ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd in deze begroting - Subisidieregeling Groene daken en gevelsIn uitvoering van de door de gemeenteraad aangenomen motie naar het stimuleren van groene daken en gevels wordt een stimuleringsregeling uitgewerkt samen met de WoonWijzerWinkel Limburg voor inwoners en ondernemers. De regeling draagt bij aan de ambities uit de Duurzaamheidsvisie en de Strategische Visie op het gebied van Klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefkwaliteit. Eerder in 2026 is de uitkomst gedeeld dat het niet mogelijk is om landelijke- of provinciale subsidie te ontvangen voor het opzetten van deze gemeentelijke regeling. Daarom wordt nu gericht op besluitvorming door de gemeenteraad vanuit gemeentelijke middelen. Verwacht wordt dat een bedrag van eenmalig € 100.000 volstaat.
5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel
Terug naar navigatie - - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstelActualiseren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Actualiseren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwenIn 2027 wordt het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor het gemeentelijk vastgoed geactualiseerd en ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Een actueel onderhoudsplan is noodzakelijk voor de onderbouwing van de meerjarige onderhoudslasten, de instandhouding van de gemeentelijke gebouwen en de naleving van de kaders uit de financiële verordening en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De actualisatie omvat een nieuwe conditiemeting, herijking van de onderhoudsbehoefte en actualisatie van de meerjarige onderhoudsbegroting.
Meerjarig onderhoudsplan gebouwen duurzaamheid
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Meerjarig onderhoudsplan gebouwen duurzaamheidOp basis van het Klimaatakkoord zijn alle gemeenten druk aan de slag om hun maatschappelijk vastgoed te verduurzamen. Voor het vastgoed is in 2025 gestart met het provinciaal ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed en wordt onderzocht hoe het vastgoed verduurzaamd kan worden, wat de nodige investeringen zijn en wat het eventuele besparingspotentieel op de lange termijn zou kunnen zijn. Dit is een omvangrijke klus. Vanzelfsprekend is Beekdaelen ook hiermee aan de slag gegaan. We willen ons DMJOP (Duurzaam Meerjarig Onderhoudsplan) in 2027 aan uw raad voorleggen, zodat de eerste maatregelen kunnen worden doorgevoerd in het jaar 2028.
De afgelopen periode hebben de eerste concept berekeningen plaatsgevonden naar de mogelijke financiële impact die de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen heeft op de gemeentebegroting. Die cijfers laten zien dat de jaarlijkse kosten op de kortere termijn (binnen drie jaar na vaststelling van het DMJOP) voor die drie jaren in totaal € 260.000 bedragen. Het gaat hierbij met name om kapitaallasten die een investering vertegenwoordigen van ongeveer € 3,8 miljoen. Voor de langere termijn investeringen (die naar alle waarschijnlijkheid gelden voor de jaren 2031 t/m 2034 nadat het DMJOP is vastgesteld) gaat het om een bedrag van € 250.000. Het investeringsbedrag dat daarbij hoort bedraagt afgerond € 3,0 miljoen. Benadrukt wordt dat het hier om zeer indicatieve bedragen gaat waarbij bijvoorbeeld ook rekening is gehouden met een gedeeltelijke bijdrage van de huurders van het gemeentelijk vastgoed in de investering. Ook wordt er vanuit gegaan dat niet in alle gemeentelijke gebouwen hoeft te worden geïnvesteerd, bijvoorbeeld omdat bepaalde gebouwen op termijn worden afgestoten. Uitgaande van een gelijke verdeling van de korte termijn investeringen over de eerste drie investeringsjaren bedragen de jaarlijkse kosten in het jaar 2029 afgerond € 90.000 (€ 260.000/3 jaren). Die jaarlijkse kosten stijgen daarna telkens met € 90.000. We hebben de begroting 2027 op dit onderdeel aangepast aan de bovenstaande nieuwe berekeningen met dien verstande dat wij -zoals aangegeven- het DMJOP in 2027 aan uw Raad ter goedkeuring voorleggen en in de begroting 2028 de vastgestelde bedragen voor de komende jaren zullen opnemen.
Uitbreiding standplaatsen woonwagens
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Uitbreiding standplaatsen woonwagensUit een globale raming (2022) is bekend, dat de kosten voor de aanleg van een nieuwe standplaats ongeveer € 80.000 kosten. Daar komen de planologische kosten nog bij. Dit betekent dat er globaal € 320.000 voor 4 standplaatsen nodig is. Ondanks de inspanningen die tot nu toe zijn verricht, is het nog niet gelukt om een definitieve en passende locatie te vinden. Er worden momenteel nog enkele mogelijkheden onderzocht, waarna naar verwachting een definitieve keuze kan worden gemaakt. Wanneer deze bekend is, kan een meer precieze raming gemaakt worden van de benodigde investeringen.
Overdracht woonwagenlocaties Beekdaelen aan een woningcorporatie
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Overdracht woonwagenlocaties Beekdaelen aan een woningcorporatieDe gemeente Beekdaelen en een woningcorporatie zijn in gesprek over de voorgenomen overdracht van de woonwagenlocaties binnen de gemeente. De voorbereiding van deze overdracht is momenteel in uitvoering. Daarbij worden de technische, juridische en financiële aspecten van de locaties in beeld gebracht.
Onderdeel daarvan is de bepaling van de zogenoemde bruidsschat: het financiële bedrag dat in het kader van de overdracht tussen partijen wordt vastgesteld, mede op basis van de waarde en staat van de over te dragen standplaatsen, bergingen en overige voorzieningen en de kosten en risico’s die met de overdracht samenhangen. Inmiddels heeft er op locatie “de Veeweg” een renovatie plaats gevonden van bergingen en voorzieningen.
Naar verwachting wordt in 2027 een raadsvoorstel voorbereid en aan de gemeenteraad voorgelegd, waarin de financiële consequenties van de overdracht inzichtelijk worden gemaakt en wordt verzocht de daarvoor benodigde middelen beschikbaar te stellen. Uw raad zal over dit dossier op korte termijn een RIB ontvangen.
Gebiedsontwikkeling Doenrade 2027
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Gebiedsontwikkeling Doenrade 2027De gemeente is volop bezig met de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling Doenrade-Zuid. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het stedenbouwkundig ontwerp. De vervolgstap is het uitwerken van een programma van eisen, een ruimtelijk raamwerk en een beeldkwaliteitsplan. Deze documenten vormen de basis voor het opstellen van een grondexploitatieplan (GREX) en de wijziging van het Omgevingsplan.
De gemeente is eigenaar van de voormalige voetbalfaciliteiten, maar de gebiedsontwikkeling omvat een groter gebied dan alleen het gemeentelijk eigendom. Om die reden wordt actief gesproken met de omliggende grondeigenaren. Met de belangrijkste aangrenzende eigenaar is inmiddels op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over een mogelijke aankoop. Deze ontwikkeling biedt een belangrijke basis om ook met de overige grondeigenaren het gesprek aan te gaan over hun mogelijke deelname aan de gebiedsontwikkeling.
Gebiedsontwikkeling Maatschappelijk hart Merkelbeek
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Gebiedsontwikkeling Maatschappelijk hart MerkelbeekDe gebiedsontwikkeling Maatschappelijk Hart Merkelbeek bestaat uit verschillende samenhangende onderdelen. Het vertrekpunt is de realisatie van een nieuw Kindcentrum op het bestaande natuurgrasveld van Woander Forest. Het ontwerptraject hiervoor is inmiddels afgerond en de omgevingsvergunning voor het bouwwerk is verleend. Uit een recente financiële analyse blijkt dat de realisatiekosten van het Kindcentrum waarschijnlijk hoger zullen uitvallen dan oorspronkelijk voorzien. Movare, de kindpartners en de gemeente brengen daarom gezamenlijk verschillende besparingsmogelijkheden in beeld om de bouwkosten te reduceren. De stuurgroep maakt vervolgens een keuze uit deze voorstellen. Daarna wordt het Kindcentrum aanbesteed. De aanbesteding geeft uiteindelijk duidelijkheid over de feitelijke bouwkosten.
Naast het Kindcentrum wordt ook de openbare ruimte binnen het Maatschappelijk hart Merkelbeek opnieuw ingericht, passend bij de nieuwe functies en het toekomstige gebruik van het gebied. Hiervoor is inmiddels een voorlopig civieltechnisch ontwerp met bijbehorende kostenraming opgesteld. Dit ontwerp wordt verder uitgewerkt tot een definitief civieltechnisch ontwerp, dat vervolgens als basis dient voor de aanbesteding en uitvoering van deze werkzaamheden. Voor de realisatie van het Kindcentrum en de herinrichting van de openbare ruimte wordt in februari 2027 een kredietvoorstel aan de gemeenteraad voorgelegd, met het verzoek de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen.
Een ander onderdeel van de gebiedsontwikkeling is de herinrichting van 2 van de 4 bestaande tennisbanen. Deze ruimte wordt ingezet voor de realisatie van een imkertuin en een locatie voor de schutterij. Bij de start van het traject was het uitgangspunt dat TC Merkelbeek zou fuseren met de tennisvereniging in Oirsbeek en dat de tennisactiviteiten uiteindelijk zouden worden voortgezet op Park de Oirsprong. Inmiddels lijkt het erop dat de 2 tennisbanen in Merkelbeek verdwijnen voordat de nieuwe tennisaccommodatie in Oirsbeek beschikbaar is. In het traject is sprake van miscommunicatie tussen partijen. De gemeente voert samen met TC Merkelbeek, de imker en de schutterij gesprekken om tot een werkbaar en voor alle partijen acceptabel compromis te komen.
Toekomstig groenonderhoud in Beekdaelen
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Toekomstig groenonderhoud in BeekdaelenHet onderzoek naar de toekomstige organisatie van het groenonderhoud in Beekdaelen wordt in 2027 voortgezet. De uitkomsten worden naar verwachting in de eerste helft van 2027 opgeleverd. Eind 2026 worden hiervoor onder meer een burgerpeiling en een brede marktverkenning uitgevoerd. Daarnaast wordt de businesscase verder uitgewerkt, inclusief een GAP-analyse en de huisvestingsmogelijkheden en bijbehorende kosten.
Parallel hieraan worden de onderhoudscontracten voor de periode vanaf 2028 voorbereid. Daarbij wordt rekening gehouden met een noodzakelijke overgangsfase, ongeacht de uiteindelijke keuze voor wel of geen eigen groendienst.
De uitkomsten van de burgerpeiling en marktverkenning worden ook benut om te beoordelen of al op korte termijn zogenoemde no-regretmaatregelen kunnen worden uitgevoerd. Dit zijn maatregelen die, onafhankelijk van de uiteindelijke keuze voor het organisatiemodel, bijdragen aan verbetering van de kwaliteit en uitvoering van het groenonderhoud. Als dergelijke maatregelen worden geïdentificeerd, wordt bezien of deze kunnen worden opgenomen in het IBOR.
De gemeenteraad wordt gedurende het proces geïnformeerd en betrokken bij de relevante keuzemomenten. De uitkomsten van het onderzoek, de financiële consequenties en het voorgestelde vervolg worden aan de raad voorgelegd voor besluitvorming.
Actualiseren IBOR, WRP en MIP
Terug naar navigatie - 5.3.4 Ontwikkelingen waarvan de middelen worden gevraagd via een apart raadsvoorstel - Actualiseren IBOR, WRP en MIPActualisatie Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) 2024-2027
Het huidige Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) 2024-2027 loopt eind 2027 af. In 2027 wordt het programma geactualiseerd en wordt een nieuw Wrp voor de periode 2028-2031 opgesteld. In dit programma Hierin worden de gemeentelijke watertaken, beleidsuitgangspunten en ambities opnieuw tegen het licht gehouden en waar nodig geactualiseerd. Daarbij wordt rekening gehouden met actuele ontwikkelingen, veranderende wet- en regelgeving en toekomstige opgaven die de komende jaren op de gemeente afkomen, zoals onder ander klimaatverandering, wateroverlast en de vervanging en duurzame instandhouding van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen.
In het nieuwe Wrp wordt vastgelegd welke beleidsdoelen de gemeente voor de periode 2028-2031 nastreeft en welke maatregelen en investeringen nodig zijn om haar gemeentelijke watertaken doelmatig en toekomstbestendig uit te voeren. Daarbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welke financiële middelen hiervoor noodzakelijk zijn en wat dit betekent voor de gemeentelijke begroting en de ontwikkeling van de rioolheffing. Het WRP vormt daarmee het beleidsmatige en financiële kader voor de wijze waarop de gemeente Beekdaelen de komende jaren invulling geeft aan haar verantwoordelijkheden op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
De actualisatie van het gemeentelijke Wrp staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een breder regionaal traject. Binnen de stadsregio Parkstad Limburg werken de gemeenten samen aan een Regionaal Programma Water en Klimaatadaptatie Parkstad Limburg. Met dit programma wordt gestreefd naar een gezamenlijke aanpak van de water- en klimaatopgaven die de gemeentegrenzen overstijgen.
Door beleidsuitgangspunten, ambities en maatregelen waar mogelijk regionaal op elkaar af te stemmen, kan een meer samenhangende aanpak ontstaan. Daarmee blijft ruimte bestaan voor lokale beleidskeuzes en maatregelen die aansluiten bij de kenmerken van Beekdaelen.
Ook de benodigde gemeentelijke investeringen, programmering en financiële consequenties worden binnen het WRP nader uitgewerkt.
IBOR 2023-2027
Het IBOR-beleidsplan vormt de basis voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte binnen de gemeente. In het plan wordt beschreven welke uitgangspunten en ambities de gemeente hanteert en hoe deze worden vertaald naar het dagelijks beheer en onderhoud. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de aanleiding en het wettelijk kader, de verschillende functies en waarden van de openbare ruimte, de beheerstrategie en de indeling in functionele gebieden. Daarnaast biedt het plan inzicht in de omvang van het te beheren areaal, de actuele kwaliteit van de openbare ruimte en de financiële middelen die nodig zijn voor het beheer, onderhoud en de toekomstige vervanging van voorzieningen. Ook wordt beschreven op welke wijze deze kosten worden gefinancierd.
Het huidige, vastgestelde IBOR-beleidsplan loopt in 2027 af. Voor de periode 2028-2031 wordt een nieuw beleidsplan opgesteld, waarin de bestaande uitgangspunten, wettelijke kaders en gemeentelijke ambities opnieuw worden beoordeeld en waar nodig worden geactualiseerd. Daarbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welke financiële middelen nodig zijn om de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte te realiseren en duurzaam in stand te houden.
De keuzes die in het nieuwe IBOR-beleidsplan worden gemaakt, zijn daarmee bepalend voor zowel de kwaliteit van de openbare ruimte als de financiële opgave voor de komende jaren. Het gewenste kwaliteitsniveau, de wijze van beheer en onderhoud en de beschikbare financiële middelen moeten daarbij met elkaar in balans worden gebracht. Het nieuwe beleidsplan vormt daarmee een belangrijk kader voor toekomstige bestuurlijke afwegingen en de gemeentelijke begroting.
Meerjaren InvesteringsPlan MIP 2024-2027
Het Integraal Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) 2024-2027 brengt de geplande investeringen in de openbare ruimte samen die voortvloeien uit het Water- en Rioleringsprogramma (WRP), het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) en het uitvoeringsprogramma Verkeer. Het MIP vertaalt de beleidsmatige ambities en noodzakelijke vervangingsopgaven naar een integrale planning van projecten en bijbehorende investeringsbudgetten.
De financiering van het MIP vloeit voort uit de beschikbare middelen binnen de verschillende beheerdisciplines. Deze budgetten worden samengebracht en integraal geprogrammeerd, waarbij rekening wordt gehouden met de technische staat, vervangingsbehoefte en onderlinge samenhang van werkzaamheden.
Bij het opstellen van het MIP vindt afstemming plaats tussen de interne beheerdisciplines en externe partijen, waaronder nutsbedrijven. Door werkzaamheden zoveel mogelijk te combineren, worden beschikbare middelen efficiënt ingezet en wordt overlast voor inwoners zoveel als mogelijk beperkt.
5.3.5 Potentiële besparingen
Terug naar navigatie - - 5.3.5 Potentiële besparingenOnderhoud terreinmeubilair op C-niveau
Terug naar navigatie - 5.3.5 Potentiële besparingen - Onderhoud terreinmeubilair op C-niveauOp een aantal plekken in de gemeente wordt het onderhoud van terreinmeubilair uitgevoerd op B- niveau. Er kan voor worden gekozen om het onderhoudsniveau te verlagen tot C- niveau. Bij de bepaling van de omvang van de besparing zijn ook de straatnaamborden en verkeersborden meegenomen. Deze verlaging van het onderhoudsniveau brengt een verhoogd risico op ontevredenheid onder inwoners en een toename van het aantal Fixi-meldingen met zich mee. Door het lagere onderhoudsniveau kunnen gebreken langer zichtbaar blijven, wat van invloed is op de beleving en waardering van de openbare ruimte.
Beëindiging beheeractiviteiten op terreinen derden
Terug naar navigatie - 5.3.5 Potentiële besparingen - Beëindiging beheeractiviteiten op terreinen derdenOp diverse terreinen die provinciaal eigendom zijn wordt onderhoud gepleegd voor kosten van de gemeente. Deze maatregel voorziet erin dat dit onderhoud niet langer door de gemeente wordt uitgevoerd.
Tegelijkertijd wordt op andere locaties die eigendom zijn van derden, zoals kerkelijke begraafplaatsen, onderzocht of de gemeente juist een bijdrage kan leveren aan de aanleg, verbetering of het onderhoud. Dit kan zowel door het beschikbaar stellen van financiële middelen als door het (gedeeltelijk) overnemen van onderhoudswerkzaamheden.
Deze koers kan leiden tot weerstand bij de provincie. Vanuit provinciaal perspectief kan het moeilijk uitlegbaar zijn dat de gemeente het onderhoud op provinciale eigendommen beëindigt, terwijl tegelijkertijd wordt onderzocht of op andere terreinen van derden juist gemeentelijke ondersteuning of overname van onderhoud mogelijk is. Dit kan het beeld oproepen dat niet consequent wordt omgegaan met onderhoud op eigendommen van derden. Heldere uitgangspunten en een goede onderbouwing van de verschillende keuzes zijn daarom van belang.
Kostendekkend maken begraafrechten
Terug naar navigatie - 5.3.5 Potentiële besparingen - Kostendekkend maken begraafrechtenIn de Kadernota 2027 was als mogelijke besparingsmaatregel opgenomen om de tarieven van de gemeentelijke begraafplaatsen kostendekkend te maken. Nader onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze maatregel onvoldoende perspectief biedt op een structurele besparing.
De exploitatie van de gemeentelijke begraafplaatsen kent een relatief groot aandeel vaste beheer- en onderhoudskosten, terwijl het gebruik van de begraafplaatsen al meerdere jaren afneemt. Tussen 2021 en 2025 daalde het aantal begravingen op gemeentelijke begraafplaatsen met 37,5%. Landelijk zet de verschuiving van begraven naar cremeren zich bovendien verder voort.
Om de kostendekkendheid substantieel te verhogen zijn zeer forse tariefverhogingen noodzakelijk. Op basis van de cijfers over 2025 zouden de tarieven met circa 96% moeten stijgen om een kostendekkendheid van 75% te bereiken om een kostendekkendheid van 100% te realiseren zouden de tarieven met 167% moeten stijgen. Hierdoor zou Beekdaelen voor vrijwel alle onderdelen tot de duurste gemeenten in de regio behoren. Tegelijkertijd bestaat het risico dat hogere tarieven het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen verder ontmoedigen, waardoor de beoogde extra inkomsten slechts gedeeltelijk worden gerealiseerd terwijl een groot deel van de kosten blijft bestaan.
Daarnaast vervullen de gemeentelijke begraafplaatsen een bredere maatschappelijke functie. Zij bieden inwoners de mogelijkheid om in of nabij de eigen kern begraven te worden en hebben betekenis als plaats van herinnering, bezinning en cultuurhistorisch erfgoed. Het college heeft daarom besloten af te zien van aanvullende tariefverhogingen en te accepteren dat een deel van de exploitatiekosten vanuit de algemene middelen wordt gedekt. De eerder beoogde besparingsmaatregel komt daarmee te vervallen.
5.4 Wat gaat het programma kosten?
Terug naar navigatie - - 5.4 Wat gaat het programma kosten?Kwaliteit van wonen, werken en leven in een groene gemeente (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|
lasten per taakveld: |
||||
0.3 beheer overige gebouwen en gronden |
-98 |
-101 |
-102 |
-103 |
0.4 overhead |
-418 |
-424 |
-427 |
-429 |
2.1 verkeer en vervoer |
-6.010 |
-6.321 |
-6.471 |
-6.570 |
3.1 economische ontwikkeling |
-439 |
-443 |
-451 |
-471 |
3.2 fysieke bedrijfsinfrastructuur |
||||
3.3 bedrijvenloket en bedrijfsregelingen |
-75 |
-67 |
-67 |
-67 |
3.4 economische promotie |
-419 |
-382 |
-385 |
-378 |
5.7 openbaar groen en (openlucht) recreatie |
-4.362 |
-3.927 |
-3.995 |
-4.007 |
7.2 rioleringen |
-5.115 |
-5.310 |
-5.541 |
-5.822 |
7.3 afval |
-4.815 |
-4.844 |
-5.144 |
-5.144 |
7.4 milieubeheer |
-1.127 |
-1.148 |
-1.180 |
-1.165 |
7.5 begraafplaatsen en crematoria |
-310 |
-311 |
-311 |
-312 |
8.1 ruimte en leefomgeving |
-1.824 |
-1.571 |
-1.586 |
-1.471 |
8.2 grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) |
-353 |
-353 |
-353 |
-353 |
8.3 wonen en bouwen |
-4.045 |
-2.969 |
-3.071 |
-2.852 |
totale lasten |
-29.411 |
-28.173 |
-29.084 |
-29.145 |
baten per taakveld: |
||||
0.3 beheer overige gebouwen en gronden |
72 |
72 |
72 |
72 |
0.4 overhead |
2 |
2 |
2 |
2 |
2.1 verkeer en vervoer |
480 |
480 |
480 |
480 |
3.1 economische ontwikkeling |
79 |
79 |
79 |
79 |
3.2 fysieke bedrijfsinfrastructuur |
||||
3.3 bedrijvenloket en bedrijfsregelingen |
||||
3.4 economische promotie |
365 |
369 |
379 |
389 |
5.7 openbaar groen en (openlucht) recreatie |
28 |
28 |
28 |
28 |
7.2 rioleringen |
6.847 |
7.100 |
7.352 |
7.647 |
7.3 afval |
6.290 |
6.319 |
6.619 |
6.619 |
7.4 milieubeheer |
- |
- |
89 |
- |
7.5 begraafplaatsen en crematoria |
104 |
104 |
104 |
104 |
8.1 ruimte en leefomgeving |
||||
8.2 grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) |
||||
8.3 wonen en bouwen |
1.328 |
1.898 |
1.869 |
1.861 |
totale baten |
15.594 |
16.451 |
17.074 |
17.281 |
Saldo van baten en lasten bestaand beleid |
-13.816 |
-11.722 |
-12.009 |
-11.864 |
Resultaatbestemming: |
||||
0.10 Toevoeging reserves |
-1.151 |
-26 |
-26 |
-26 |
0.10 Onttrekking reserves |
2.655 |
1.101 |
1.201 |
901 |
Saldo resultaatbestemming |
1.504 |
1.075 |
1.175 |
876 |
Resultaat programma |
-12.312 |
-10.646 |
-10.834 |
-10.988 |
5.5 Het programma in beeld
Terug naar navigatie - - 5.5 Het programma in beeld