7. (Verplichte) paragrafen
7.1 Inleiding paragrafen
Terug naar navigatie - - 7.1 Inleiding paragrafenIntro
Terug naar navigatie - 7.1 Inleiding paragrafen - IntroNaast de programma’s zijn gemeenten verplicht om zeven programma-overstijgende paragrafen in de begroting op te nemen. Dat is vastgelegd in de financiële spelregels waar gemeenten zich aan moeten houden (het besluit begroting en verantwoording BBV). De onderwerpen die zijn beschreven in de paragrafen laten zich vaak niet vangen in een enkel programma.
De paragrafen zijn belangrijk voor een verbetering van het inzicht in de financiën en het beleid van de gemeente. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen:
- Het onderwerp heeft een grote financiële impact.
- Het onderwerp heeft een grote politieke betekenis.
- Het onderwerp is van belang voor de uitvoering van de programma’s.
Naast de verplichte zeven programma-overstijgende paragrafen is de paragraaf duurzaamheid in deze begroting opgenomen. Dat onderwerp heeft immers grote (financiële) impact en is maatschappelijk en politiek van belang.
7.2 Lokale heffingen
Terug naar navigatie - - 7.2 Lokale heffingenInleiding
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - InleidingDeze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale lastendruk, die van belang is voor de integrale afweging tussen beleidswensen enerzijds en de daarvoor te verwerven inkomsten anderzijds. Deze paragraaf bevat tevens het beleid van de gemeente over de lokale heffingen en kwijtschelding.
Overzicht van de lokale belastingen
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - Overzicht van de lokale belastingenOnroerende-zaakbelastingen
In 2025 zijn diverse inkomstenverhogende maatregelen getroffen om te komen tot een structureel sluitende begroting. De ozb-opbrengsten worden, verdeeld over drie jaar (2025-2027), extra verhoogd met in totaal 10%. In 2027 vindt de derde extra verhoging plaats.
Afvalstoffenheffing en rioolheffing
De opbrengsten van de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn gebaseerd op de verwachte kosten. De afvalstoffenheffing is vanaf 2025 gebaseerd op volledige kostendekkendheid. Om de stijging van het vaste deel van de afvalstoffenheffing in 2027 te dempen, wordt gebruikgemaakt van de voorziening afvalstoffenheffing.
Voor de rioolheffing wordt toegewerkt naar volledige kostendekkendheid. Het tarief wordt jaarlijks verhoogd met € 15 om in 2036 volledig kostendekkend te zijn. Zolang een kostendekkendheid van 100% nog niet is bereikt, worden de jaarlijkse tekorten gedekt vanuit de voorziening rioleringen.
Leges
De combinatie van de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de bij de legesverordening behorende tarieventabel heeft een kostendekkendheid van 75%. Bij de vaststelling van de begroting 2025 heeft de raad ingestemd met een kostendekkendheid van 75% voor de leges.
Voor hoofdstuk 2 is bij de raming van de opbrengsten uitgegaan van het gemiddelde aantal aanvragen en de gemiddelde bouwkosten over de jaren 2027 tot en met 2030. Dit leidt tot een stabielere raming van de opbrengsten. Het aantal aanvragen binnen hoofdstuk 2 kan per jaar sterk fluctueren. Met name de planning en realisatie van grotere bouwprojecten kunnen leiden tot aanzienlijke verschillen in de jaarlijkse opbrengsten. Door gebruik te maken van meerjarige gemiddelden wordt het effect van deze fluctuaties op de begrotingsraming van de opbrengsten beperkt. Deze systematiek is niet toegepast op de hoofdstukken 1 en 3. De aard en omvang van de aanvragen en de daarmee samenhangende opbrengsten verschillen van die van hoofdstuk 2. De ontwikkelingen binnen deze hoofdstukken zijn voldoende voorspelbaar om de opbrengsten op de gebruikelijke wijze te ramen.
Toeristenbelasting
De geraamde opbrengst van de toeristenbelasting is gebaseerd op het verwachte aantal overnachtingen, waarbij de gerealiseerde aantallen over 2025 als uitgangspunt zijn gehanteerd.
Lijkbezorgingsrechten
Het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen neemt af, terwijl een groot deel van de beheer- en onderhoudskosten structureel blijft bestaan. Een verhoging van de tarieven om de kostendekkendheid te vergroten, zou leiden tot een forse tariefstijging en een relatief hoge regionale tariefpositie.
Bij de raming van de opbrengsten van de lijkbezorgingsrechten is daarom rekening gehouden met deze ontwikkeling. De opbrengsten zijn gebaseerd op de gerealiseerde cijfers over 2024 tot en met 2026, waarbij rekening is gehouden met de verwachte verdere afname van het gebruik.
In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de opbouw van de in de begroting geraamde lokale belastingen, heffingen en retributies (bedragen in duizenden euro's).
Overzicht lokale heffingen (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ozb eigenaren woningen |
7.254 |
7.254 |
7.254 |
7.254 |
|||||
Ozb eigenaren niet-woningen |
1.257 |
1.257 |
1.257 |
1.257 |
|||||
Ozb gebruikers niet-woningen |
949 |
949 |
949 |
949 |
|||||
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten |
6.150 |
6.179 |
6.479 |
6.479 |
|||||
Rioolheffing |
6.789 |
7.042 |
7.294 |
7.547 |
|||||
Leges bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen |
1.084 |
1.084 |
1.084 |
1.084 |
|||||
Secretarieleges |
1.011 |
1.011 |
1.011 |
1.011 |
|||||
Aansluiting riolering |
12 |
12 |
12 |
12 |
|||||
Aanleg inritten |
21 |
21 |
21 |
21 |
|||||
Marktgelden |
4 |
4 |
4 |
4 |
|||||
Toeristenbelasting |
365 |
369 |
379 |
389 |
|||||
Lijkbezorgingsrechten |
104 |
104 |
104 |
104 |
|||||
Totaal |
24.998 |
25.285 |
25.847 |
26.110 |
|||||
Opbouw lokale belastingen en heffingen
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - Opbouw lokale belastingen en heffingenUit onderstaande tabel blijkt dat het grootste deel van de inkomsten uit lokale heffingen afkomstig is uit de onroerendezaakbelastingen (37,9%), de afvalstoffenheffing (24,6%) en de rioolheffing (27,1%).
Belastingsoort |
% |
bedrag x 1.000) |
Onroerende-zaakbelastingen |
37,8% |
9.460 |
Afvalstoffenheffing |
24,6% |
6.150 |
Rioolheffing |
27,2% |
6.789 |
Bouwleges |
4,3% |
1.084 |
Secretarieleges |
4,0% |
1.011 |
Overige |
2,0% |
505 |
Totaal |
100,0% |
24.998 |
Ontwikkeling van lokale lasten
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - Ontwikkeling van lokale lastenIn onderstaande tabel worden de woonlasten van een gemiddeld huishouden in 2027 vergeleken met de woonlasten in 2026. De woonlasten stijgen in 2027 met € 56,46 ten opzichte van 2026. Dit komt overeen met een stijging van 4,87%.
Woonlasten |
2026 |
2027 |
|---|---|---|
OZB |
415,91 |
437,51 |
Afvalstoffenheffing |
367,21 |
378,91 |
Rioolheffing |
374,76 |
397,92 |
Totale woonlasten |
1.157,88 |
1.214,34 |
In het vervolg van deze paragraaf worden de ontwikkelingen van de lokale lasten toegelicht.
Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - Onroerendezaakbelastingen (OZB)De onroerende-zaakbelasting (ozb) is een belasting die wordt geheven over onroerende zaken. De ozb is de grootste inkomstenbron binnen de lokale heffingen. Met de opbrengst van de ozb kan de gemeente onder andere uitgaven op het gebied van veiligheid, onderhoud van het openbaar groen en voorzieningen bekostigen. Daarmee draagt de ozb bij aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente.
Er zijn drie groepen die een aanslag ozb ontvangen:
- eigenaren van woningen;
- eigenaren van niet-woningen (bijvoorbeeld een bedrijfspand);
- gebruikers van niet-woningen.
Gebruikers van woningen, zoals huurders, ontvangen geen aanslag ozb.
De te betalen ozb wordt berekend als een percentage van de WOZ-waarde van de woning of niet-woning. De WOZ-waarde (waardering onroerende zaken) wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Om het ozb-tarief voor het komende belastingjaar te bepalen, wordt de verwachte ozb-opbrengst gedeeld door de totale WOZ-waarde van alle onroerende zaken binnen de gemeente Beekdaelen.
De raad kan ervoor kiezen om de ozb-opbrengst, naast de inflatiecorrectie, extra te verhogen. Bij de vaststelling van de begroting 2025 is besloten om de ozb-opbrengst, naast de gebruikelijke indexering, verdeeld over drie jaar met in totaal 10% te verhogen. In 2027 wordt deze extra verhoging voor het derde jaar toegepast.
Deze extra verhoging draagt bij aan de inkomstenverhogende maatregelen die de komende jaren noodzakelijk zijn om te komen tot een structureel sluitende begroting.
Afvalstoffenheffing
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - AfvalstoffenheffingDe gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De dienstverlening op het gebied van afvalinzameling wordt uitgevoerd door de GR Rd4. De kosten die gemoeid zijn met de inzameling en verwerking van afval worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing.
Voor de opbrengst afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van maximale kostendekkendheid. Dit betekent dat de opbrengst van de afvalstoffenheffing niet hoger mag zijn dan de kosten die samenhangen met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.
Als na afloop van het dienstjaar blijkt dat de opbrengsten hoger zijn dan de kosten, wordt het verschil toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing. Deze voorziening kan worden ingezet wanneer de kosten in een bepaald jaar hoger zijn dan de opbrengsten, of om een tariefstijging in een volgend jaar te dempen.
Bij de vaststelling van de begroting 2025 is besloten de tarieven van de afvalstoffenheffing volledig kostendekkend te maken. Voor 2027 kan een deel van de tariefstijging worden gedempt door inzet van de voorziening afvalstoffenheffing. Hiervoor wordt in 2027 € 330.000 aan de voorziening onttrokken.
Het vaste deel van de afvalstoffenheffing bedraagt in 2027 € 309,84 per aansluiting. In 2026 bedroeg dit € 295,08. Dit betekent een stijging van € 14,76 per aansluiting, oftewel 5%.
Het diftar-tarief per lediging blijft in 2027 ongewijzigd. Ook de poorttarieven van het grondstoffenpark blijven ongewijzigd, met uitzondering van het tarief voor GFT- en/of restafval en ongesorteerd afval per 50-literzak. Dit tarief stijgt van € 1,70 in 2026 naar € 1,80 in 2027.
Belastingsoort |
tarief 2026 |
tarief 2027 |
|
|---|---|---|---|
Vastrecht |
295,08 |
309,84 |
|
Diftar aanbieden container restafval 40 lt |
2,00 |
2,00 |
|
Diftar aanbieden container restafval 140 lt |
7,00 |
7,00 |
|
Diftar aanbieden container restafval 240 lt |
10,00 |
10,00 |
|
Diftar aanbieden container gft-afval 20 lt |
- |
- |
|
Diftar aanbieden container gft-afval 40 lt |
- |
- |
|
Diftar aanbieden container gft-afval 140 lt |
- |
- |
|
Diftar aanbieden container gft-afval 240 lt |
- |
- |
|
Onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van afval:
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing |
begroting 2027 |
||
Kosten taakvelden: |
|||
2.1 Verkeer en vervoer |
-66.585 |
||
6.3 Inkomensregelingen |
-198.558 |
||
7.3 Afval |
-4.814.551 |
||
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen |
141.100 |
||
Netto kosten taakvelden |
-4.938.594 |
||
Toe te rekenen kosten: |
|||
Overhead |
-300.043 |
||
BTW |
-910.951 |
||
Totale lasten |
-6.149.588 |
||
Opbrengst heffingen |
6.149.588 |
||
Dekkingspercentage |
100,0% |
||
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het dekkingspercentage van de afvalstoffenheffing in 2027 100% bedraagt. Om de stijging van het tarief in 2027 te dempen, wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de voorziening afvalstoffenheffing in te zetten.
Rioolheffing
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - RioolheffingDe gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer:
- de afvoer van afvalwater;
- de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd);
- het voorkomen of beperken van structurele grondwaterproblemen.
De rioolheffing is een bestemmingsheffing. Dit betekent dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de verplichting om een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen vervallen. In de memorie van toelichting bij deze wet is echter wel aangegeven dat het opstellen van een omgevingsprogramma voor riolering en water belangrijk is. Op 31 oktober 2023 is daarom het Water- en rioleringsprogramma Beekdaelen 2024-2027 door de raad vastgesteld. Dit programma geeft inzicht in de kosten van de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater en vormt de basis voor de berekening van het tarief rioolheffing.
De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel (€ 257,64), verhoogd met een bedrag dat afhankelijk is van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Voor het bedrag per m³ afgevoerd water geldt onderstaande staffeling:
| Van 1 m3 tot en met 300m3 | € 140,28 |
| Van 301 m3 tot en met 3.000 m3 | € 140,28 basistarief, vermeerderd met € 126,24 per eenheid van 300m3, waarmee de hoeveelheid van 300m3 wordt overschreden |
| Van 3.001 m3 tot en met 6.000 m3 | € 1.276,44 basistarief, vermeerderd met € 98,16 per eenheid van 300m3, waarmee de hoeveelheid van 3.000m3 wordt overschreden |
| Boven de 6.000 m3 | € 2.258,04 basistarief, vermeerderd met € 69,96 per eenheid van 300m3, waarmee de hoeveelheid van 6.000m3 wordt overschreden |
Voor een huishouden of bedrijf met een waterverbruik tot en met 300 m³ bedraagt de aanslag € 397,92. Dit bedrag bestaat uit € 257,64 aan vastrecht en € 140,28 op basis van het waterverbruik. Dit betekent een stijging van € 23,16 (6,18%) ten opzichte van het tarief in 2026.
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de mate van kostendekkendheid van de rioolheffing:
Kostendekkendheid rioolheffing |
begroting 2027 |
||||
Kosten taakvelden: |
|||||
2.1 Verkeer en vervoer |
-110.975 |
||||
6.3 Inkomensregelingen |
-208.488 |
||||
7.2 Rioleringen |
-5.114.988 |
||||
7.4 milieubeheer |
-14.000 |
||||
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen |
58.069 |
||||
Netto kosten taakvelden |
-5.390.382 |
||||
Toe te rekenen kosten: |
|||||
Overhead |
-671.352 |
||||
BTW |
-727.024 |
||||
Totale lasten |
-6.788.758 |
||||
Opbrengst heffingen |
6.788.758 |
||||
Dekkingspercentage |
100,0% |
||||
Toeristenbelasting
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - ToeristenbelastingDe verhoging van de tarieven voor de toeristenbelasting in 2025 maakte onderdeel uit van de inkomstenverhogende maatregelen om te komen tot een structureel sluitende begroting. De tarieven voor de toeristenbelasting zijn daarbij gelijkgetrokken met de gemiddelde tarieven in Zuid-Limburg in 2024.
In 2027 is de Verordening toeristenbelasting gemeente Beekdaelen vastgesteld voor de periode 2027-2030. De tarieven zijn voor deze periode meerjarig geïndexeerd op basis van de indexeringen uit de Meicirculaire 2026.
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de tarieven voor de periode 2024-2030 weergegeven:
Soort |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Mobiele onderkomens: per persoon/per overnachting |
€ 0,90 |
€ 1,55 |
€ 1,60 |
€ 1,65 |
€ 1,65 |
€ 1,70 |
€ 1,75 |
Overige accommodaties: per persoon/per overnachting |
€ 1,45 |
€ 2,00 |
€ 2,05 |
€ 2,10 |
€ 2,15 |
€ 2,20 |
€ 2,25 |
Leges
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - LegesGemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door inwoners of bedrijven individueel afgenomen. Wie de leges betalen, is afhankelijk van het type dienst dat wordt afgenomen. In veel voorkomende gevallen zijn het inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisregistratie. Het kunnen echter ook projectontwikkelaars zijn die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning.
De tarieven voor de verschillende diensten zijn opgenomen in de bij de legesverordening behorende tarieventabel. De legesverordening en de bijbehorende tarieventabel worden jaarlijks door de raad vastgesteld. Om de gemeentelijke diensten en de bijbehorende tarieven overzichtelijk weer te geven, is de tarieventabel ingedeeld in drie hoofdstukken, die zijn onderverdeeld in paragrafen.
De totale opbrengst uit de leges mag niet hoger zijn dan de totale kosten van de dienstverlening. Het is wel mogelijk dat een opbrengst voor een dienst hoger is dan de kosten voor deze dienst, maar dat deze opbrengst een verlies op een andere dienst compenseert (waar dus de opbrengst lager is dan de kosten voor de dienst). Dit wordt kruissubsidiëring genoemd. Kruissubsidiering tussen de diverse paragrafen binnen één hoofdstuk is toegestaan. Ook tussen de drie hoofdstukken vindt kruissubsidiëring plaats.
Bij de vaststelling van de legesverordening 2025 is besloten de legestarieven te verhogen tot 75% kostendekkendheid. Een minimale wijziging van de tijdsbesteding aan of het toevoegen van een product aan de hoofdstukken leidt uiteraard tot een wijziging van het kostendekkingspercentage en kan tot (ongewenste) schommelingen in de tarieven leiden omdat het om een relatief klein bedrag van de tarieven/omzet gaat waarover de raad zelf kan beslissen.
De tarieven voor 2027 zijn, waar van toepassing, aangepast op basis van de indexering uit de Kadernota 2027 (2,1%), de RUD-tarieven en de landelijke tarieven en maximumtarieven. De kostendekkendheid van de leges is beoordeeld over alle hoofdstukken van de tarieventabel gezamenlijk en bedraagt in totaal afgerond 75%.
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de mate van kostendekkendheid leges:
Kostendekkendheid leges begroting 2027 |
kosten |
opbrengsten |
kostendekking |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening |
||||||
Burgerlijke stand |
98.728 |
50.586 |
51,24% |
|||
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart |
766.092 |
619.243 |
80,83% |
|||
Rijbewijzen |
329.307 |
248.200 |
75,37% |
|||
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen |
23.932 |
20.928 |
87,45% |
|||
Overige publiekszaken |
16.331 |
11.779 |
72,13% |
|||
Bijzondere wetten |
81.286 |
32.825 |
40,38% |
|||
Diversen |
16.194 |
24.924 |
153,91% |
|||
totaal titel 1 |
1.331.870 |
1.008.485 |
75,72% |
|||
hoofdstuk 2 Omgevingswet |
||||||
voorfase |
479.208 |
87.711 |
18,30% |
|||
activiteiten met betrekking tot bouwwerken |
699.348 |
890.107 |
127,28% |
|||
activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed |
18.700 |
4.351 |
23,27% |
|||
aanlegactiviteiten |
67.906 |
16.306 |
24,01% |
|||
overige |
180.247 |
85.089 |
47,21% |
|||
totaal titel 2 |
1.445.409 |
1.083.564 |
74,97% |
|||
hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn |
||||||
Horeca |
21.817 |
14.655 |
67,17% |
|||
Winkeltijdenwet |
737 |
224 |
30,39% |
|||
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking |
0 |
0 |
0,00% |
|||
totaal titel 3 |
22.554 |
14.879 |
65,97% |
|||
totaal kostendekkendheid |
2.799.833 |
2.106.928 |
75,25% |
Kwijtscheldingsbeleid
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - KwijtscheldingsbeleidBurgers die niet in staat zijn de gemeentelijke belastingen te betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. De gemeenteraad bepaalt voor welke belastingen kwijtschelding mogelijk is en onder welke voorwaarden kwijtschelding wordt verleend. De gemeenteraad is hierbij gebonden aan wettelijk voorgeschreven regels. Op enkele onderdelen kan de raad binnen de wettelijke kaders eigen keuzes maken. De raad kan bepalen:
- voor welke gemeentelijke belastingen kwijtschelding wordt verleend;
- of volledige of gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. Bij gedeeltelijke kwijtschelding komt slechts een deel van de aanslag voor kwijtschelding in aanmerking, bijvoorbeeld 50%;
- welke kwijtscheldingsnorm wordt toegepast;
- welke vermogensnorm wordt gehanteerd.
Kwijtschelding |
2027 |
|---|---|
Rioolheffing |
100% |
Afvalstoffenheffing (vast bedrag per perceel) |
100% |
Afvalstoffenheffing (diftar) |
max. € 55 per jaar |
Bij het vaststellen van het recht op kwijtschelding worden de kosten van levensonderhoud op 100% van de bijstandsnorm gesteld. Voor de vermogensnorm geldt dat hiervoor de maximaal toegestane norm wordt gehanteerd.
Lijkbezorgingsrechten
Terug naar navigatie - 7.2 Lokale heffingen - LijkbezorgingsrechtenDe gemeente brengt lijkbezorgingsrechten in rekening voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor de diensten die daarmee samenhangen. Uit een recente beleidsnotitie blijkt dat het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen afneemt, terwijl een groot deel van de kosten structureel blijft bestaan. Hierdoor staat de kostendekkendheid onder druk.
Voor 2027 zijn de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten verhoogd met 2,1%, conform de indexering uit de Meicirculaire 2026.
7.3 Weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - - 7.3 WeerstandsvermogenInleiding
Terug naar navigatie - 7.3 Weerstandsvermogen - InleidingHet weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een gemeente in staat is om nog niet afgedekte risico’s op te vangen door het vormen van een risicobuffer (weerstandscapaciteit).
Om een goede inschatting te kunnen maken van het weerstandsvermogen is het van belang dat een vorm van risicomanagement wordt toegepast. Risicomanagement betekent dat risico’s die spelen in de organisatie continu en systematisch worden doorlopen met als doel een balans te vinden tussen het nemen en het beheersen van risico’s. In het eerste jaar na de fusie is de gemeente gestart met risicomanagement. Het beleid is vastgesteld en vormt de basis voor de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en het jaarverslag.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn op te vangen c.q. de risico´s in financiële zin af te dekken. Het betreft kosten die onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn.
In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) is niet voorgeschreven welke bestanddelen behoren tot de weerstandscapaciteit. De gemeente Beekdaelen hanteert de volgende bestanddelen:
| Nr | Bestanddeel | Incidentele weerstandscapaciteit | Structurele weerstandscapaciteit |
| 1. | Algemene reserve |
€ 4.738.750 |
0 |
| 2. | Stille reserves | pm | 0 |
| 3. | Begrotingsruimte 2027 | 0 | € 1.300.000 |
| 4. | Onvoorzien | 0 | € 50.000 |
| 5. | Onbenutte belastingcapaciteit | 0 | € 2.022.000 |
| Totaal | € 4.738.750 | € 3.372.000 |
In de tabel maken wij onderscheid in een structurele en een incidentele component van de weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit betreft het vermogen van de gemeente om onverwachte tegenvallers in de begroting op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van gemeentelijke taken. De incidentele weerstandscapaciteit is de ruimte die de gemeente heeft om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat deze invloed hebben op de voortzetting van gemeentelijke taken.
1. Algemene reserve
De algemene reserve is het deel van de reserves waar geen claim op ligt. De omvang van die algemene reserve bedraagt voor de gemeente Beekdaelen afgerond € 4,7 miljoen. Daarnaast beschikt de gemeente nog over een ‘reserve nog te bestemmen’. Die reserve wordt door de gemeente niet gerekend tot het weerstandsvermogen. Toch is ook die reserve ‘claimvrij’. Het bedrag in die reserve bedraagt ruim € 18,5 miljoen euro.
2. Stille reserves
Als activa onder de opbrengstwaarde of niet zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit is van belang dat de activa waarin een stille reserve besloten ligt direct verkoopbaar zijn. Niet direct verkoopbare activa blijven voor de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beeld. Bij verkoop ontstaan winsten die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Gemeenten kennen twee soorten stille reserves. Dit zijn stille reserves in financiële vaste activa (deelnemingen, aandelen) en stille reserves in de materiële vaste activa (bijv. gronden niet ingebracht in de grondexploitatie, panden etc.).
3. Begrotingsruimte
Als de begroting en meerjarenraming sluiten met een positief saldo, is sprake van begrotingsruimte. Die ruimte bedraagt in deze begroting ruim € 1,3 miljoen in het jaar 2030.
4. De post onvoorziene uitgaven
Het totaalbedrag van de post onvoorzien bedraagt € 50.000 en is naar rato van de lasten verdeeld over de verschillende programma´s. Gezien de geringe omvang van het bedrag draagt deze post niet substantieel bij aan de weerstandscapaciteit.
5. Onbenutte belastingcapaciteit
Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om de belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking wordt gerealiseerd. Aan de hoogte van de overige tarieven is theoretisch geen bovengrens gesteld. De gemeente kan deze echter niet tot in het oneindige verhogen. Bij deze heffingen zal de raad zelf een grens moeten aangeven.
Risico's
Terug naar navigatie - 7.3 Weerstandsvermogen - Risico'sIn deze paragraaf worden de geïnventariseerde risico’s beschreven. Het betreft risico’s die als meest belangrijk worden ervaren. Van ieder risico is becijferd welk bedrag voor dat risico moet worden toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Dat bedrag wordt berekend aan de hand van de formule kans * impact. Onderstaande tabel treft u een overzicht aan van de betreffende risico’s:
Geactualiseerd risicoprofiel gemeente Beekdaelen |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Nr. |
Risicothema |
Risicobeschrijving |
Risicocategorie |
Was |
Wordt |
Mutatie |
incidenteel = (risico*kans)*1, structureel = (risico*kans)*3 = |
Toelichting |
|
1 |
Eenmansfunctie in organisatie |
Gezien het feit dat de gemeente 'middelgroot' is, is nog steeds op een aantal plekken sprake van 'eenmansfunctie'. Dat vormt een risico voor wat betreft de continuiteit, maar vormt ook een risico voor zover het gaat om processen die om functiescheiding vragen |
Financieel, Organisatorisch |
- |
- |
- |
nvt |
Het risico wegens het feit dat in onvoldoende mate sprake is van functiescheiding is niet te kwantificeren. Het risico op gebrek aan continuiteit wordt ingeschat op structureel 1,5 fte (€ 130.000). De kans op 50%. Betreffende kosten kunnen worden geput uit de reserve die in het leven is geroepen voor personele aangelegenheden. De uiteindelijke impact voor de weerstandscapaciteit is derhalve nihil. |
|
2 |
Cybercriminaliteit |
Hierbij kan worden gedacht aan hackers die systemen platleggen of data stelen, phishing of ransomware etc |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
100.000 |
100.000 |
- |
(500.000*20%)*1 |
Geschat wordt dat de impact groot is (€ 500.000), maar dat de kans dat het zich voordoet niet zo groot is (20%). |
|
3 |
Datalekken |
bijv. als gevolg van verlies, diefstal, onbewust handelen/nalatigheid of handelen met onvoldoende kennis. |
Politiek/ maatschappelijk |
- |
- |
- |
Het bedrag dat met het risico is gemoeid is niet te kwantificeren. |
||
4 |
Uitval ICT |
Door een regionale of landelijke stroomstoring valt de reguliere elektriciteitsvoorziening uit. |
Financieel, Organisatorisch |
80.000 |
40.000 |
40.000 |
(80.000*50%)*1 |
De impact wordt ingeschat op een bedrag van € 80.000. De mutatie wordt veroorzaakt doordat de gemeente op de locatie Schinnen een noodaggregaat heeft aangeschaft waardoor de impact afneemt. |
|
5 |
Afhankelijkheid externe ICT-dienstverlening |
De volledige ICT-omgeving, infrastructuur en het beheer hiervan zijn ondergebracht bij een gemeenschappelijke regeling. Bij uitval, beveiligingsincidenten, capaciteitsproblemen of onvoldoende crisisbeheersing binnen de gemeenschappelijke regeling kan de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering in het gedrang komen. |
Financieel, Organisatorisch |
- |
40.000 |
-40.000 |
(80.000*50%)*1 |
De impact wordt ingeschat op een bedrag van € 80.000. De kans wordt ingeschat op 50%. |
|
6 |
Mislopen of lager vaststellen van subsidies |
Het risico bestaat dat voor projecten geen of geen volledige subsidieaanvraag wordt ingediend. Ook kan het voorkomen dat een subsidie lager uitvalt dan van tevoren verondersteld. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
310.094 |
310.094 |
- |
((10.300.000*30%)*10%)*1 |
Het totaal geraamde bedrag aan subsidies bedraagt € 10,3 mln. Ingeschat wordt dat het risico 30% is dat 10% van de subsidie niet wordt ontvangen. |
|
7 |
Gebrek aan medewerking stakeholders in projecten |
Het komt regelmatig voor dat de gemeente projecten opstart die alleen kunnen slagen als derde partijen participteren. Dat zorgt ervoor dat de gemeente (deels) afhankelijk is van de medewerking die dergelijke partijen leveren. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
40.000 |
40.000 |
- |
((40.000.000*1%)*10%)*1 |
Het totale bedrag dat in de begroting voor het jaar 2026 is opgenomen voor projecten bedraagt ruim 40 miljoen euro. Ingeschat wordt dat de kans 10% is dat 1% van de projecten in gevaar komt. |
|
8 |
Lagere SPUK- uitkering sport |
Bij de realisatie van beleidsontwikkelingen op het gebied van sport wordt veelal rekening gehouden met een zogenaamde SPUK- uitkering van het rijk. De gemeente loopt het risico dat betreffende uitkeringen lager uitvallen. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
24.550 |
24.550 |
- |
((491.000*10%)*50%)*1 |
De totale SPUK- aanvraag bedraagt € 491.000. Ingeschat wordt dat de kans 50% is dat 10% niet wordt ontvangen. |
|
9 |
Grondexploitatie |
Binnen de grondexploitatie spelen diverse risico's. Twee keer per jaar (bij het opstellen van de jaarrekening en de begroting) worden risicoanalyses geactualiseerd. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
- |
- |
- |
Het bedrag is niet te kwantificeren |
||
10 |
Procedures en claims |
Het risico dat de gemeente met (gerechtelijke) procedures en claims wordt geconfronteerd, neemt met name door algemene economische en maatschappelijke ontwikkelingen toe. Los van de grotere procedeerbereidheid van burgers is ook de laagdrempelige rechtsbescherming tegen hen onwelgevallige besluiten of tegen het nalaten bepaalde besluiten te nemen een aspect dat ertoe leidt dat gemeenten meer gerechtelijke procedures zullen moeten doorlopen. In geval dat beleidsmatig juridische stappen worden ondernomen kan de uitkomst hiervan zijn dat de gemeente niet in het gelijk wordt gesteld en dat er een claim of claims volgen. Ook valt te denken aan grote incidenten c.q. calamiteiten, crisissen of rampen waarbij de gemeente in gebreke wordt gesteld. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
18.000 |
18.000 |
- |
(30.000*20%)*3 |
Ingeschat wordt dat het bedrag dat is gemoeid met het risico structureel € 30.000 is. De kans wordt ingeschat op 20% |
|
11 |
Bevolkingszorg |
In tijden van incidenten (met een grote impact op de samenleving), crisissen of rampen worden de gemeentelijke processen Bevolkingszorg genoemd. Aan deze processen, denk bijvoorbeeld aan het opvangen van burgers, zijn kosten verbonden. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
- |
- |
- |
Het betreffende risico is niet te kwantificeren |
||
12 |
Integriteitsschending |
Het risico op een procedure met betrekking tot integriteit schendingen. Deze dienen conform landelijke richtlijnen worden gemeld. De Wet Huis voor Klokkenluider (WHvk) is ter zake leidend. Het uitgangspunt van de WHvk is dat een werknemer eerst intern melding doet van een vermoeden van een misstand. Wordt naar aanleiding hiervan niet naar behoren gehandeld dan kan hij of zij bij het huis van de klokkenluiders (Hvk)melding doen. De wet bepaalt dat de adviestaken en de onderzoekstaken in de bedrijfsvoering van het Hvk zorgvuldig gescheiden zijn. De kosten van een dergelijk onderzoek komen voor rekening van de gemeente. De hoogte van de kosten is afhankelijk van het aantal onderzoeken. |
Fraude, Organisatorisch |
- |
- |
- |
Het betreffende risico is niet te kwantificeren |
||
13 |
Hervormingsagenda jeugd |
Het is op dit moment onduidelijk hoeveel extra kosten moeten worden gemaakt door gemeenten om de hervormingsagenda te implementeren. |
Financieel, Organisatorisch |
50.000 |
50.000 |
- |
(100.000*50%)*1 |
Ingeschat wordt dat de kans dat de kosten € 100.000 bedragen en de kans 50% is. |
|
14 |
Klimaatveranderingen |
Vanwege toename van broeistofgassen (zoals CO2) in de atmosfeer stijgt de temperatuur op aarde en hebben we te maken met extreme weersomstandigheden.
Door de huidige klimaatveranderingen bestaat het risico dat de geplande kosten van onderhoud van gemeentelijke eigendommen toeneemt.
Hevige regenval in korte tijd kan met name in het Heuvelland zorgen voor schade aan (holle) wegen, watergangen, taluds en afwatersystemen in de vorm van uitspoeling, verstoppingen.
Vaak is acuut ingrijpen door de gemeente noodzakelijk om vervolgschade te voorkomen. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
234.000 |
234.000 |
- |
(2.600.000*3%)*3 |
Het risico wordt ingeschat op 3% van het structurele bedrag voor wegen ad € 2,6 miljoen jaar. Stijgende kosten van rioleringen worden, volgens de door de raad vastgestelde systematiek, verdiconteerd in de rioolheffing. |
|
15 |
Stikstofproblematiek |
In het kader van de stikstofproblematiek nemen de voorbereidingskosten en uitvoeringskosten van reconstructieprojecten toe, afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de werkzaamheden ten opzichte van Natura 2000 gebieden.
Tijdens de voorbereidingsfase bestaat de kans op aanvullende advies en vergunning trajecten om de uitvoering van projecten mogelijk te maken. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
45.600 |
45.600 |
- |
((608.000*0,25)*30%)*1 |
Voor de periode 2025 – 2028 is uitgegaan van 76 projecten die op voorhand niet kunnen worden geschaard onder “onderhoud” c.q. ongewijzigde functie volgens de handleiding m.b.t. de stikstof. Bij een deel van die projecten dient meer te gebeuren dan een globaal vooronderzoek. Uitgegaan wordt van 25% van die projecten. De kosten hiervan zijn in orde van grootte van € 8.000 per project. De totale impact bedraagt dan € 608.000 (€ 8.000*76) De kans wordt ingeschat op 30% |
|
16 |
Nadeelcompensatie regeling projecten |
De kans is aanwezig dat steeds meer ondernemers zich gaan melden en een beroep doen op nadeel compensatie. Zowel bij reguliere onderhoudswerken als reconstructies in de openbare ruimte.
In het geval dat een aanvraag positief wordt beschikt zullen de financiële consequenties via de reguliere burap met uw raad worden gedeeld. |
Juridisch, Organisatorisch |
160.000 |
160.000 |
- |
(200.000*80%)*1 |
Gelet op de aard en omvang van de geplande projecten wordt het risico ingeschat op een bedrag van € 200.000,-. Gerekend wordt met een kans van 80% |
|
17 |
Laagconjunctuur en renteontwikkeling |
Een daling van de conjunctuur brengt risico's mee voor Beekdaelen, doordat onder meer de bedrijvigheid afneemt, werkloosheid stijgt met als gevolg daling van inkomsten voor de gemeente dalen en grotere (financiële) druk, waardoor de gemeentelijke doelstellingen onvoldoende worden gerealiseerd. Ook speelt het risico op een stijging van de rente bij het afsluiten van leningen. De gemeente gaat er bij de bepaling van de te betalen rente vanuit dat een deel van de gevoteerde kredieten later wordt gerealiseerd. Op basis van ervaringscijfers over de afgelopen drie jaren wordt ongeveer 30% van de openstaande kredieten uitgegeven. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
90.000 |
90.000 |
- |
(100.000*30%)*3 |
Een stijging van 0,5% van de kapitaalmarktrente leidt tot een stijging van de rentelasten met ongeveer 100.000 euro. De kans wordt ingeschat op 30%. |
|
18 |
Open einderegelingen |
Op het gebied van de sociale zekerheid zoals bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand en uitkeringen als gevolg van de Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdzorg loopt de gemeente Beekdaelen het risico dat in verband met de open einderegelingen de ontvangen rijksbijdragen onvoldoende zijn. Indien tekorten ontstaan zal de gemeente uit eigen middelen moeten bijpassen. Tevens toepasbaar op andere domeinen. |
Financieel |
607.500 |
765.000 |
-157.500 |
(510.000*50%)*3 |
Het totale bedrag dat is gemoeid met de open einderegelingen bedraagt ruim 34 miljoen euro. Indien de regelingen, bovenop de reguliere index, voor de helft stijgen met 3% is daar een bedrag mee gemoeid van 510 duizend euro. Wij achten de kans dat zich dat voordoet 50%. De mutatie wordt veroorzaakt doordat het bedrag dat is gemoeid met de open einde regelinge de afgelopen jaren is toegenomen. |
|
19 |
Gegevensbescherming |
Het risico dat de gemeente Beekdaelen de regels voor gegevensbescherming overtreedt. In dit geval kan de Autoriteit Persoonsgegevens de gemeente een last onder dwangsom opleggen. Of het risico op het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van bepaalde informatie, welke ernstige gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering, maar ook kan leiden tot imagoschade. |
Fraude, Organisatorisch |
400.000 |
200.000 |
200.000 |
(4.000.000*5%)*1 |
De omvang van de dwangsom die door de Autoriteit Persoonsgegevens aan gemeenten maximaal wordt opgelegd bedraagt 4% van de jaaromzet. Voor Beekdaelen betekent dat een bedrag van afgerond € 4,0 miljoen euro. De kans dat het zich voordoet is relatief klein (5%). De mutatie wordt veroorzaakt doordat wordt ingeschat dat de kans eerder te hoog was ingeschat, en om die reden een onevenredig grote impact had op het risicoprofiel van de gemeente. |
|
20 |
WMO |
Het risico op een financieel nadeel voor de gemeente met betrekking tot de eigen bijdrage. |
Financieel |
17.500 |
19.850 |
-2.350 |
(39.700*50%)*1 |
Het totale bedrag aan geraamde eigen bijdrage is 397 duizend euro. De kans dat die eigen bijdrage 10% lager wordt dan geraamd schatten wij in op 50%. De mutatie wordt veroorzaakt doordat de geraamde van de eigen bijdrage in de gemeentebegroting is verhoogd. |
|
21 |
Inkoop en aanbesteding |
Het risico dat de gemeente Beekdaelen loopt op inkoop- en aanbestedingstrajecten, omdat vereiste kennis en vaardigheid op dit vlak noodzakelijk is. |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk, Organisatorisch, Juridisch, Fraude |
100.000 |
100.000 |
- |
(1.000.000*10%)*1 |
Als de gemeente schadeclaims dient te betalen dan gaat het om grote bedragen. We schatten de impact op 1 miljoen euro. De kans is relatief klein dat een dergelijke claim dient te worden betaald. Het risico schatten wij in op 10%. |
|
22 |
Burgers |
Het risico dat burgers zich onvoldoende gekend en minder dichtbij voelen met de gemeente en er minder aandacht is voor de burger. |
Politiek/ maatschappelijk |
pm |
pm |
- |
n.v.t |
Dit risico is slechts beperkt materieel. Het betreft vooral een imagorisico. |
|
23 |
Informatievoorziening |
Niet beschikbaar zijn en/of onvoldoende effectief gebruik van bestuurs/managementinformatie, waardoor sturing op doelstellingen wordt belemmerd (van bestuurlijk tot operationeel niveau). |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
90.000 |
90.000 |
- |
(100.000*30%)*3 |
We schatten in dat met het betreffende risico een bedrag is gemoeid van jaarlijks 100 duizend euro. De kans dat het zich voordoet schatten wij op 30%. |
|
24 |
Vergrijzing medewerkersbestand/ arbeidsmarktkrapte |
Het risico op onvoldoende capaciteit (kennis en omvang) in huis voor uitvoering van de taken over 5 tot 6 jaar als gevolg van de vergrijzing van het medewerkersbestand, mede in relatie tot de arbeidsmarktkrapte. |
Financieel, Organisatorisch |
77.700 |
77.700 |
- |
(111.000*70%)*1 |
Wij schatten in dat de kans of de impact niet wezenlijk afwijken ten opzichte van de inschatting die is gegeven in de vorige begroting. |
|
25 |
Verbonden partijen |
Het risico dat participatie in verbonden partijen niet alleen voordelen oplevert, maar ook financiële en bestuurlijke risico’s en onvoldoende grip op verbonden partijen. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
146.250 |
146.250 |
- |
(292.500*50%)*1 |
De totale gemeentelijke bijdrage aan verbonden partijen bedraagt 19,5 miljoen euro. Wij schatten de kans 50% dat die bijdragen bij de helft van de verbonden partijen 3% hoger uitvalt. |
|
26 |
Illegale dumpingen |
Het risico en de daarbij behorende (opruim- en sanerings-) kosten van illegaal gedumpte partijen drugs- en asbesthoudend afval. |
Financieel |
41.250 |
41.250 |
- |
(27.500*50%)*3 |
Het bedrag dat de gemeente gemiddeld besteed aan zwerfafval bedraagt € 27.500. De kans op meer illegale stortingen schatten wij op 50%. |
|
27 |
Ondermijning |
Aanpak op ondermijning kan risico's opleveren doordat dit leidt tot hogere kosten. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
pm |
pm |
- |
n.v.t |
Dit risico kan niet worden gekwantificeerd. |
|
28 |
Prijsstijgingen |
Het risico dat de hoge indexeringen bij structurele infrastructurele werken aanhouden en werken hoger worden aanbesteed. |
Financieel, Organisatorisch, Politiek/ maatschappelijk |
300.000 |
300.000 |
- |
Schatting |
Het risico wordt ingeschat op € 300.000 |
|
29 |
Energiekosten |
De markt voor gas en elektriciteit is nog steeds flink in beweging met name als gevolg van de oorlogen in Oekraïne en het Midden Oosten. Dit brengt onzekerheid over de prijzen met zich mee die de gemeente ook raken |
Financieel |
110.000 |
110.000 |
- |
(550.000*20%)*1 |
De geraamde kosten voor energie bedragen € 550.000. We schatten de kans op 20%. |
|
30 |
Risico's Nuinhofwijk |
Het risico dat de gemeentelijke kosten voor de Nuinhofwijk hoger uitvallen dan vooraf gedacht |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
525.000 |
600.000 |
-75.000 |
(750.000*80%)*1 |
Ingeschat wordt dat de kans 80% is dat het tekort op het poject 750.000 of minder bedraagt. De mutatie wordt veroorzaakt doordat de kans groter wordt ingeschat dan voorheen. |
|
31 |
Risico's Masterplan Schinveld |
Het risico dat de gemeentelijke kosten voor het masterplan Schinveld hoger uitvallen dan vooraf gedacht |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
141.000 |
141.000 |
- |
(470.000*30%)*1 |
Ingeschat wordt dat de kans 30% is dat het tekort 10% bedraagt van het aandeel van de gemeente in het project (€ 4,7 miljoen) |
|
32 |
Extra bijdrage zorgaanbieder |
Het risico dat de gemeente een financiele impuls dient te geven in de exploitatie van een zorgaanbieder |
Financieel, Politiek/ maatschappelijk |
205.906 |
205.906 |
0 |
(228.000*90%) |
Het bedrag ontstaat doordat een lening is verstrekt aan de Mutsaersstichting waarvan de kans bestaat dat deze niet wordt terugbetaald. De raad heeft over de lening besloten in de raadsvergadering van 24 februari 2026. Los van de lening aan de Mutsaersstinchting kunnen ook andere zorgaanbieders in de problemen komen. De omvang van dat risico kan nu niet woren ingeschat. |
|
33 |
Uitstel doordecentralisatie beschermd wonen |
Door de val van het kabinet is de besluitvorming omtrent de doordecentralisatie beschermd wonen doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. |
Financieel |
170.400 |
170.400 |
- |
(852.000*20%)*1 |
Inmiddels is bekend dat de datum van 1 januari 2027 niet wordt gehaald. De budgettaire gevolgen daarvan wordt verwerkt in de 2e burap. Mocht de invoering van de nieuwe regeling per 1 januari 2028 niet haalbaar zijn (maar wel per 1 januari 2029) dan leidt dit voor onze gemeente tot een financieel nadeel van in totaal € 852.000 over de periode 2029-2033. Ingeschat wordt dat de kans 20% bedraagt dat het risico zich voordoet. |
|
34 |
Stelpost onderschrijding btw- compensatiefonds |
In de begroting wordt er vanuit gegaan dat het bedrag dat de gemeente in 2024 extra heeft ontvangen omdat gemeenten landelijk minder declareren uit het btw- compensatiefonds structureel ook vanaf het jaar 2026 extra wordt ontvangen. |
Financieel |
55.000 |
30.000 |
25.000 |
(110.000*50%)*1 |
Het bedrag van de stelpost is € 300.000. We schatten de kans op 50% dat de gemeente hier 20% minder van krijgt. De mutatie wordt veroorzaakt doordat het bedrag van de stelpost lager is dan vorig jaar. |
|
35 |
Schommelingen in algemene uitkering |
Een groot deel van de inkomsten van de gemeente wordt ontvangen van het rijk in de vorm van een uitkering uit het gemeentefonds. Schommelingen in de uitkering hebben onmiddellijk gevolgen voor de financiele positie van de gemeente. |
Financieel |
- |
100.000 |
-100.000 |
(500.000*20%) |
Wij schatten de kans op 20% dat de schommeling meer dan € 500.000 bedraagt. De mutatie wordt veroorzaakt doordat dit risico voorheen niet de de risicoparagraaf was opgenomen. |
|
39 |
Overbrengen specifieke uitkeringen (SPUKS) naar algemene uitkering gemeentefonds |
Het rijk is voornemens om de SPUKS voortaan grotendeels te laten landen in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Bij effectuering daalt de verantwoordingsdruk bij gemeenten. Om die reden is het rijk voornemens om de overheveling van de SPUKS vergezeld te laten gaan met een korting van 10%. Onderzoek van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) wijst uit dat die korting niet in verhouding staat tot het bedrag dat gemeenten kunnen besparen. |
Financieel |
600.000 |
600.000 |
- |
(1.000.000 * 20%) * 3 |
Het totaal aangevraagde bedrag aan SPUKS bedraagt in het jaar 2025 afgerond € 12,5 miljoen. We schatten dat 80% van de SPUKS overgaat naar de algemene uitkering. Een korting van 10% op die SPUKS betekent voor de gemeente een bedrag van 1,0 miljoen. We schatten de kans dat dat gebeurt op 20%. |
|
40 |
Effecten nieuw normenkader hulp bij huishouding. |
De druk op huishoudelijke ondersteuning (verder HBH) neemt toe door vergrijzing, langer zelfstandig wonen,
complexere zorgvragen en personeelstekorten. De gemeente heeft hierop geanticipeerd door per 1-3-26 het HHM-normenkader huishoudelijke ondersteuning in te voeren. Met dit nieuwe
normenkader gebruiken we normtijden die beter passen bij deze tijd en beter aansluiten op de manier van werken
in de regio. We verwachten hierdoor een daling van de kosten. |
Financieel |
- |
180.900 |
-180.900 |
((670.000 * 30%)*30%) * 3 |
Het totaal van de stelpost invoering normenkader in de begroting 2027 bedraagt vanaf het jaar 2027 € 670.000). We schatten de kans op 30% dat de gemeente hier 30% minder effect van behaald. |
|
41 |
Korting in de jeugdbudgetten m.b.t. de invoering van een eigen bijdrage en de verkorting van zorgduurtrajecten. |
Het rijk heeft een korting toegepast voor jeugd m.b.t. de invoering van een eigen bijdrage en de verkorting van zorgduurtrajecten. Er is nog geen beleid dat een dergelijk stijging in de inkomsten, respectievelijk een daling in de kosten voor een gelijk bedrag ondersteund. |
Financieel |
- |
104.021 |
-104.021 |
((577.897 * 20%) *30%)* 3 |
Het totaal van de stelpost invoering eigen bijdrage jeugd en verkorting zorgduurtrajecten in de begroting 2028 bedraagt € 577.897. We schatten de kans op 20% dat de gemeente deze stelpost maar voor 30% kan realiseren in het betreffende begrotingsjaar. |
|
42 |
Korting in de WMO budgetten m.b.t. afschaffing huishoudelijke hulp met ingang van 2029. |
Het Rijk heeft het voornemen om de huishoudelijke hulp vanaf 2029 af te schaffen. In de landelijke plannen wordt uitgegaan van een vangnetregeling van 30%. Omdat nadere beleidsuitwerking en onderbouwing van de beoogde korting momenteel ontbreken, bestaat het risico dat de geraamde besparing niet of slechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd. |
Financieel |
- |
58.118 |
-58.118 |
((1.937.725 * 10%) *10%)* 3 |
Het totaal van de stelpost bedraagt € 1.937.275. We schatten de kans op 10% dat de gemeente deze stelpost maar voor 90% kan realiseren in het betreffende begrotingsjaar. |
|
43 |
Met ingang van 2028 voert het Rijk een inkomensafhankelijke eigen bijdrage binnen de Wmo in. Vooruitlopend hierop heeft het Rijk reeds een korting verwerkt in de gemeentelijke Wmo-budgetten. Deze korting is gebaseerd op de veronderstelling dat de invoering van de eigen bijdrage leidt tot hogere eigen bijdragen. |
De gemeente is gekort in de algemene uitkering wegens de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Die korting is als voordeel bijgeraamd op de eigen bijdrage. De beleidsmatige en financiële onderbouwing van deze aanname is echter nog onvoldoende uitgewerkt. Hierdoor bestaat onzekerheid over de mate waarin de verwachte opbrengsten daadwerkelijk worden gerealiseerd. Indien de inkomsten uit eigen bijdragen achterblijven, kan dit leiden tot een financieel nadeel voor de gemeente. |
Financieel |
- |
150.000 |
-150.000 |
((250.000 * 40%) *50%)* 3 |
Het totaal van de stelpost invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de begroting 2028 bedraagt € 250.000. We schatten de kans op 50% dat de gemeente deze stelpost maar voor 40% kan realiseren in het betreffende begrotingsjaar. |
|
TOTAAL |
4.739.750 |
5.342.639 |
-602.889 |
||||||
In de tabel is voor een aantal risico’s becijferd welk bedrag in de weerstandscapaciteit moet worden gestort om het risico te ondervangen. Daartoe is gebruik gemaakt van de formule ‘kans * omvang’. Hierna vindt een korte toelichting plaats op de begrippen kans en omvang.
Kans
Voor de beoordeling van de kans van optreden van het risico worden 5 klassen gebruikt. Het referentiebeeld dat erbij genoemd staat kan worden gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van de kans. Aan deze referentiebeelden zijn kanspercentages gekoppeld. Bijvoorbeeld als een risico zich eenmaal in de tien jaar voordoet is de kans op optreden 10%. Hetzelfde geldt als een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen, dan wordt de kans vastgesteld op 90% (bij 100% is het immers geen risico meer).
| Klasse | Referentiebeelden | Kwantitatief |
| 1 | < of 1 keer per 10 jaar | 10% |
| 2 | 1 keer per 5-10 jaar | 30% |
| 3 | 1 keer per 2-5 jaar | 50% |
| 4 | 1 keer per 1-2 jaar | 70% |
| 5 | 1 keer per jaar of > | 90% |
Risicomanagement
Terug naar navigatie - 7.3 Weerstandsvermogen - RisicomanagementNaar de huidige inzichten is de beschikbare weerstandscapaciteit in de begroting niet toereikend om de risico’s te kunnen opvangen. Op basis van berekeningen die hebben plaatsgevonden bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit afgerond € 5.342.639. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt afgerond € 4.739.750. De weerstandsratio (die wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit) bedraagt daarmee meer dan 1,0.
In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is, voor wat betreft de weerstandsratio, als beleidsuitgangspunt vermeld dat het weerstandsvermogen in ieder geval een ratio dient te hebben tussen 1,0 en 1,4 (oordeel ‘voldoende’). Uitgaande van een ratio van 1,0 dient een bedrag van ruim € 600.000 te worden bijgestort. Dat bedrag wordt toegevoegd vanuit de reserve nog te bestemmen.
Kengetallen
Terug naar navigatie - 7.3 Weerstandsvermogen - KengetallenGeprognosticeerde balans per 01-01 ( bedragen x € 1.000)
ACTIVA |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
PASSIVA |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
VASTE ACTIVA |
VASTE PASSIVA |
||||||||||
Immateriële vaste activa |
1.382 |
1.259 |
1.147 |
1.040 |
Eigen vermogen |
99.354 |
94.902 |
91.367 |
88.599 |
||
Begrote resultaat |
2.431 |
579 |
663 |
765 |
|||||||
Materiële vaste activa |
127.554 |
162.017 |
177.433 |
188.432 |
|||||||
Totaal eigen vermogen |
101.785 |
95.481 |
92.030 |
89.364 |
|||||||
Financiele vaste activa |
4.743 |
4.457 |
4.171 |
3.883 |
Vreemd vermogen |
||||||
Voorzieningen |
16.914 |
18.759 |
18.971 |
18.614 |
|||||||
Lange vreemd vermogen |
32.868 |
47.576 |
66.134 |
81.310 |
|||||||
Totaal vaste activa |
133.679 |
167.732 |
182.751 |
193.355 |
Totaal vaste passiva |
49.782 |
66.335 |
85.105 |
99.924 |
||
VLOTTENDE ACTIVA |
VLOTTENDE PASSIVA |
||||||||||
Voorraden |
-1.297 |
-1.477 |
-1.177 |
372 |
|||||||
Uitzettingen < 1jaar |
32.852 |
9.227 |
9.227 |
9.227 |
Korte schulden |
10.078 |
10.078 |
10.078 |
10.078 |
||
Liquide middelen |
4.050 |
4.050 |
4.050 |
4.050 |
Overlopende passiva |
21.242 |
21.242 |
21.242 |
21.242 |
||
Overlopende activa |
13.604 |
13.604 |
13.604 |
13.604 |
|||||||
Totaal vlottende activa |
49.209 |
25.404 |
25.704 |
27.253 |
Totaal vlottende passiva |
31.320 |
31.320 |
31.320 |
31.320 |
||
Totaal activa |
182.887 |
193.136 |
208.455 |
220.608 |
Totaal passiva |
182.887 |
193.136 |
208.455 |
220.608 |
||
Bij de vernieuwing van het BBV is, op basis van advies van de commissie Depla, voorgeschreven dat er in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen in de begroting. Het betreft de volgende kengetallen:
1A Netto schuldquote
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2 Solvabiliteitsratio
3 Grondexploitatie
4 Structurele exploitatieruimte
5 Belastingcapaciteit
In de onderstaande tabel zijn de ratio’s gepresenteerd voor de jaren 2027 tot en met 2030. Vervolgens worden deze nader toegelicht.
Omschrijving |
rekening 2025 |
begroting 2027 |
mrj 2028 |
mrj 2029 |
mrj 2030 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1A Netto schuldquote |
-1,81% |
7,53% |
20,04% |
35,76% |
67,50% |
|||
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen |
-6,43% |
4,15% |
16,88% |
32,85% |
64,88% |
|||
2 Solvabiliteitsratio |
56,47% |
55,65% |
49,44% |
44,15% |
40,51% |
|||
3 Structurele exploitatieruimte |
10,65% |
4,81% |
3,13% |
2,70% |
2,23% |
|||
4 Grondexploitatie |
1,89% |
2,47% |
2,46% |
2,74% |
3,97% |
|||
5 Belastingcapaciteit |
104,78% |
111,00% |
111,00% |
111,00% |
111,00% |
1A Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven (netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.
2 Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De formule die wordt gehanteerd om deze ratio te berekenen is als volgt: eigen vermogen/ vreemd vermogen.
3 Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting OZB. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.
4 Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten in de begroting.
5 Belastingcapaciteit
Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Met belastingcapaciteit wordt bedoeld de woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente.
Op basis van de cijfers van Coelo bedraagt het landelijk gemiddelde van de woonlasten in Nederland in 2026 van vergelijkbare gemeenten op basis van inwoneraantal € 1.094. De cijfers over 2027 zijn nog niet bekend. Uitgedrukt in een percentage ten opzichte van 2026 is dit 111 %. Dit betekent dat de woonlastendruk in de gemeente Beekdaelen ruim 11 % hoger zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde 2026.
Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen
Het is niet mogelijk een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Daarom dienen ze te worden voorzien van een adequate toelichting. De waarden van de kengetallen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest, en categorie B is neutraal.
Op basis van onderstaand overzicht en op basis van het weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de gemeente Beekdaelen in het jaar 2026 een stabiele financiële positie heeft. Er bevinden zich 5 onderdelen in de categorie A (minst risicovol) en 1 onderdeel in de categorie C (risicovol).
Kengetal |
Categorie A |
Categorie B |
Categorie C |
Gemeente Beekdaelen |
|
|---|---|---|---|---|---|
1A Netto schuldquote |
<90% |
90-130% |
>130% |
7,53% |
A |
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen |
<90% |
90-130% |
>130% |
4,15% |
A |
2 Solvabiliteitsratio |
>50% |
20-50% |
<20% |
55,65% |
A |
3 Structurele exploitatieruimte begroting |
>0% |
0 |
<0% |
4,81% |
A |
4 Grondexploitatie |
<20% |
20-35% |
>35% |
2,47% |
A |
5 Belastingcapaciteit |
<95% |
95-105% |
>105% |
111,00% |
C |
7.4 Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederenInleiding onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding onderhoud kapitaalgoederenEen groot deel van het gemeentelijk vermogen zit in wegen, bruggen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. Goed beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is belangrijk om waardeverlies te voorkomen en de veiligheid te waarborgen.
Bij het beheer en onderhoud werken we volgens de principes van risicogestuurd assetmanagement. Dat betekent dat we onze inzet afstemmen op de risico’s en de staat van de voorzieningen. Onze focus ligt vooral op planmatig onderhoud en het herstellen van schade wanneer dat nodig is. Daarnaast nemen we waar mogelijk preventieve maatregelen om slijtage te beperken en toekomstige beheerkosten te verlagen.
Het beheer en onderhoud van wegen, civiele kunstwerken, riolering, openbaar groen, openbare verlichting en gemeentelijke gebouwen vraagt veel inzet en financiële middelen. De kosten hiervan zijn opgenomen in verschillende programma’s van de begroting. In deze paragraaf geven we een integraal overzicht van de beleidskaders, ontwikkelingen, onderhoudsopgaven en kosten van deze kapitaalgoederen.
Wegen
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - WegenGemeente Beekdaelen beheert in totaal 2.583.908 m2 aan verhard oppervlak, dit is ten opzichte van de weginspectie en beheerrapportage 2023 een toename van 2%. Deze gegevens wijzigen in principe niet, tenzij deze ontstaan als gevolg van een herinrichting, wegverbreding, reconstructie of uitbreiding van het wegennet. De beheerrapportage 2027-2030 vormt de basis voor het bepalen van de gemiddelde kosten voor het onderhouden van wegen voor de komende onderhoudsperiode van 4 jaar. Daarnaast wordt in deze rapportage inzichtelijk gemaakt wat de huidige kwaliteit van het wegenareaal is op basis van de visuele inspectie, uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2027.
|
Kengetallen Beekdaelen |
Totaal 2023 |
Totaal 2025 |
|
Asfalt (M2) |
1.515.680 |
1.503.569 |
|
Elementenverharding (m2) |
947.791 |
1.001.553 |
|
Betonverhardingen (m2) |
65.804 |
68.188 |
|
Halfverharding/onverhard (m2) |
10.598 |
10.598 |
|
Wegenareaal (m2) |
2.539.873 |
2.583.908 |
• Huidige beeldkwaliteit wegenareaal: Vergelijk 2021, 2023 en 2025
Het beoordelen van de wegen en het toekennen van een kwaliteitsniveau wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van CROW-publicatie 146b te weten onderhoudsniveau (beeldkwaliteit) A+, A, B, C en D. Met het instemmen van het beleidskader IBOR heeft de gemeenteraad het gewenste kwaliteitsniveau van de wegen in de openbare ruimte, volgens de CROW-publicatie 146b, vastgesteld op onderhoudsniveau C; sober maar doelmatig en veilig.
|
Beeldkwaliteit |
Situatie 2021 |
Situatie 2023 |
Situatie 2025 |
|
A+ |
58% |
78% |
72% |
|
A |
11% |
4% |
11% |
|
B |
12% |
11% |
6% |
|
C |
14% |
4% |
5% |
|
D |
5% |
4% |
5% |
• Kwaliteit:
Herijking van het beleid wegen is als onderdeel van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte verder uitgewerkt. Hierbij is een financieel plan opgesteld om het fors aanwezige achterstallig onderhoud terug te dringen. Ten opzichte van de in 2021 uitgevoerde weginspectie is een verbetering zichtbaar, namelijk: 72% van de wegvakken heeft A+ kwaliteit (dit was 58% in 2021). Het aantal wegvakken met D kwaliteit is met 5% gelijk gebleven. Dit is verklaarbaar door jaarlijkse degradatie (afname van kwaliteit) van wegen met B kwaliteit naar C en met C kwaliteit naar D. Door degradatie komen er jaarlijks wegvakken met D kwaliteit bij.
In 2027 staat een nieuwe inspectie van alle wegvakken in de gemeente Beekdaelen gepland om weer een actueel beeld te krijgen van de kwaliteit.
• Financiën:
Voor de onderhoudsperiode 2026-2029 heeft de gemeente Beekdaelen volgens de huidige begroting jaarlijks 1.700.000 Euro beschikbaar om haar wegvakken te onderhouden op het gewenste beeldkwaliteitsniveau. Dit bedrag is sinds 2021 niet geïndexeerd. De totaal benodigde onderhoudskosten die voortvloeien uit de inspectie van de wegvakken in 2025, om op het gewenste ambitieniveau uit te komen, bedragen 6.463.325 Euro.
In 2026 is een extra toevoeging van 2.000.000 Euro aan de voorziening wegen gedaan ten gevolge van de prijsstijgingen op het krediet "wegwerken achterstallig onderhoud 2021-2024". Hiermee dalen de totaal benodigde onderhoudskosten voor de periode 2026-2029 naar 4.463.325 Euro.
Civieltechnische kunstwerken
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Civieltechnische kunstwerken| Kengetallen Beekdaelen | Totaal |
| Kunstwerken | 222 |
Bij de harmonisatie van het beleid openbare ruimte is in het beheerplan Civiele Kunstwerken 2021-2025 vastgesteld dat de civiele kunstwerken sober, doelmatig en veilig onderhouden worden op kwaliteitsniveau C. Onderhoud van de civiele kunstwerken is meegenomen als onderdeel van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte.
Op basis van de actuele kwaliteit van de civiele kunstwerken is een Meer Jaren Onderhoud Planning (MJOP) opgesteld voor het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar.
• Kwaliteit:
Voor het beheer van de kunstwerken zijn door het kennisinstituut CROW, NEN en CUR diverse richtlijnen opgesteld, die landelijk door de meeste gemeentelijke organisaties worden gebruikt. De inspectiewerkzaamheden kennen een terugkomende cyclus van 5 jaar.
Royal Haskoning DHV heeft in het tweede kwartaal van 2023 een vijfjaarlijkse inspectie uitgevoerd aan het areaal civiele kunstwerken. In 2027 en- of 2028 vinden opnieuw inspectiewerkzaamheden plaats volgens de CUR aanbeveling B2 “toestandsinspectie”.
• Financiën:
De kosten voor het onderhouden van de civiele kunstwerken zijn opgenomen in de jaarlijkse gemeentebegroting 114.504 Euro. Vervangingsinvestering(en) van civiele kunstwerken zijn hierin niet inbegrepen.
Op basis van de inspectieresultaten is voor uitvoeringsjaar 2024, 2025 en 2026 in totaal 464.768 Euro nodig om het planbare onderhoud uit te voeren. Dit resulteert tot 2027 in een tekort van 121.256 Euro.
Voor planjaar 2027 tot en met 2030 is op basis van de inspectieresultaten in totaal 251.688 Euro vereist om het planbare onderhoud uit te voeren. Dit resulteert in een overschot van 206.328 Euro. Tot planjaar 2030 wordt een positief saldo verwacht.
Omwille van onderlinge verschillen in uitgaven per planjaar wordt het financieel overschot in een voorziening gehandhaafd.
Riolering
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering
| Kengetallen Beekdaelen | Totaal |
| Riolen (km) | 299 |
| Hoofdgemalen (stuks) | 28 |
| Persleidingen (km) | 21 |
| Pompunits (stuks) | 128 |
• Kwaliteit:
Op basis van het dagelijks beheer en onderhoud, bestaande uit reiniging en inspectie en de in het beleids- en uitvoeringskader vastgestelde doelstellingen wordt de kwaliteit van het rioleringssysteem in beeld gebracht. Aan de hand van de kwaliteitsbeoordeling wordt bepaald of renovatie, vervanging of nader onderzoek benodigd is. Deze cyclus is momenteel verankerd in het Water- en rioleringsprogramma Wrp 2024-2027. Onder de Omgevingswet is de verplichting vervallen om een Wrp op te stellen. In de memorie van toelichting van de Omgevingswet is echter wel aangegeven dat het opstellen van een omgevingsprogramma voor riolering en water belangrijk is. Gemeenten zijn onder de Omgevingswet nog steeds verplicht om invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken en de financiën voor de rioolheffing te verantwoorden.
• Financiën:
In het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) is het kostendekkingsplan opgenomen. De budgetten die volgen uit het Wrp zijn in de gemeentebegroting opgenomen. Het Water- en rioleringsprogramma 2024-2027 loopt af en wordt in 2027 geactualiseerd tot een Wrp 2028-2031. Daarbij worden de gemeentelijke watertaken, ambities en benodigde investeringen voor de volgende planperiode opnieuw vastgesteld, passend bij actuele ontwikkelingen en toekomstige opgaven. De actualisatie van het Water- en rioleringsprogramma is onderdeel van het regionale traject om te komen tot een Regionaal Programma Water en klimaatadaptatie Parkstad Limburg.
Openbaar groen
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Openbaar groen• Kwaliteit:
Het groenonderhoud is gericht op een verzorgde, veilige en functionele openbare ruimte en wordt uitgevoerd op basis van de door de gemeenteraad op 15 december 2021 vastgestelde gebiedsfuncties en kwaliteitsniveaus.
| Gebiedsfunctie | Beeldkwaliteitsniveau |
| Centrum winkelgebied | A |
| Gemeentelijke begraafplaatsen | A |
| Vijver en waterpartijen | B |
| Sportaccommodaties (excl. speelvelden) | B |
| Woonkernen | B |
| Bedrijventerreinen | B |
| Hoofdwegen buitengebied | C |
| Recreatieve wandelpaden/Beekdaelenroute | C |
| Buitengebied | C |
De naleving hiervan wordt maandelijks gecontroleerd door middel van een onafhankelijke schouw door een externe partij. De resultaten worden aan de gemeente gerapporteerd en gebruikt voor de beoordeling en waar nodig bijsturing van de uitvoering.
Ook het boombeheer vindt planmatig plaats. Op basis van een raamovereenkomst worden de bomen in een driejarige cyclus op veiligheid gecontroleerd en worden naar aanleiding van de bevindingen de noodzakelijke beheer- en veiligheidsmaatregelen uitgevoerd via deelopdrachten.
In 2027 wordt verder ingezet op verbetering en professionalisering van het groenbeheer. Het huidige IBOR loopt tot en met 2027 en voor de periode 2028–2031 wordt een nieuw IBOR voorbereid, waarin kwaliteit, beheerstrategie en benodigde middelen opnieuw in samenhang worden afgewogen. Binnen programma 3 worden onder meer de holle wegen, ecologische gazons, het bomenvervangingsplan en groot onderhoud aan beplanting opgepakt. Daarnaast worden de uitkomsten van de marktconsultatie en burgerpeiling benut om mogelijke no-regretmaatregelen in beeld te brengen. Dit zijn maatregelen die, ongeacht de uiteindelijke keuze voor wel of geen eigen groendienst, bijdragen aan verbetering van de kwaliteit en uitvoering van het groenonderhoud. De financiële gevolgen hiervan worden in beeld gebracht en waar mogelijk betrokken bij het nieuwe IBOR.
Ook voor de kleine landschapselementen wordt gewerkt aan een meer planmatige aanpak. In 2027 wordt gestart met het opstellen van een beheerplan, aansluitend op het nog vast te stellen groenstructuurplan. Daarbij worden vanuit Natuur en Landschap aangrenzende perceeleigenaren en andere relevante stakeholders betrokken.
De gemeenteraad wordt over de voortgang van deze ontwikkelingen geïnformeerd. Inhoudelijke keuzes en eventuele financiële gevolgen worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
• Financiën:
De financiële middelen voor het groenbeheer zijn gekoppeld aan het vastgestelde kwaliteitsniveau en het te beheren areaal. Bij het nieuwe IBOR 2028–2031 wordt de indexering over de afgelopen IBOR-periode gecorrigeerd. Daarna wordt uitgegaan van jaarlijkse indexering om het vastgestelde kwaliteitsniveau te kunnen behouden.
De ambities uit het coalitieakkoord voor de verdere ontwikkeling en vergroening van de openbare ruimte kunnen aanvullende financiële gevolgen hebben. Zodra de opdracht en het gewenste ambitieniveau zijn uitgewerkt, worden deze gevolgen inzichtelijk gemaakt en waar mogelijk verwerkt in het nieuwe IBOR.
Ook eventuele no-regretmaatregelen uit de marktconsultatie, burgerpeiling en het onderzoek naar de toekomstige organisatie van het groenonderhoud worden financieel in beeld gebracht. Benodigde keuzes en financiële gevolgen worden ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.
Openbare verlichting
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting
| Kengetallen Beekdaelen | Totaal |
| Aantal armaturen | 8.961 |
Gemeente Beekdaelen wil bewust omgaan met het verlichten van haar openbare ruimte waarbij sociale veiligheid, verkeersveiligheid, comfort en sfeer geborgd moet blijven. Dit houdt in dat er naast de functionaliteit van de verlichting rekening gehouden wordt met de omgeving en de negatieve effecten zoals energieverbruik, kosten en lichtvervuiling. Vanwege de ambitie naar reductie van CO2-uitstoot wordt de verlichting kritisch bekeken vanuit het energieverbruik en de nuttige lichtopbrengst die hieruit voortkomt. De visie op openbare verlichting is gericht op het “niet verlichten tenzij”.
In de gemeente Beekdaelen bevinden zich 8.898 masten en 8.961 armaturen, vrijwel overal voorzien van LED-armaturen. Het verlichtingsareaal wordt op basis van leeftijd vernieuwd waardoor het van belang is inzicht te hebben in de plaatsingsdatums. De armaturen bereiken volgens het beleid met 20 jaar, en de masten met 40 jaar het einde van de technische levensduur.
• Kwaliteit:
In de afgelopen jaren is het areaal openbare verlichting geactualiseerd en zijn oude en "vergeten" masten en armaturen toegevoegd. Hierdoor is inzicht in het gemeentelijk eigendom vergroot en het areaal licht toegenomen. 438 masten zijn geplaatst voor 1989 en hebben een leeftijd van minimaal 37 jaar bereikt. Het vervangen van deze lichtmasten komt boven op de geplande projectmatige vervangingspiek van 2027 - 2028.
In 2026 is daarnaast gestart met het restaureren van klassieke armaturen. Deze armaturen hebben een leeftijd van veelal 40 jaar of ouder. Omdat deze armaturen vervaardigd zijn uit koper is restauratie goed mogelijk, dit past goed binnen het duurzame kader.
• Financiën:
Kostenbesparing energie door verLEDden is omgezet naar fondsvorming om de toekomstige vervangingen van masten en armaturen na het bereiken van het einde van de ontwerplevensduur te bekostigen. In dit "fonds" Projectmatige vervanging Openbare Verlichting (grootboeknummer 620210300) bedraagt het saldo per 31-12-2026 ongeveer 550.000, - Euro. Het saldo per 31-12-2027 bedraagt zonder uitgaven ongeveer 760.000, -.
De totale kosten van de geplande vervanging van de verouderde openbare verlichting bedraagt geraamd 625.000, - Euro. Met het spreiden van het vervangen van de verouderde openbare verlichting over 2027 en 2028 vallen de uitvoeringskosten binnen het dan beschikbare budget. Het restant blijft in het "fonds" om in de toekomst nieuwe vervanging te kunnen bekostigen.
Gemeentelijke gebouwen
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Gemeentelijke gebouwen
| Kengetallen Beekdaelen | Totaal |
| Aantal gemeentelijke gebouwen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud | 67 |
- Beleid/Beheer:
Het beleid voor beheer en onderhoud is gericht op de bouwkundige en technische instandhouding van het in eigendom zijnde vastgoed gedurende de reële levensduur. In de raadsvergadering van 19 december 2023 is een Meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP) 2024-2033 vastgesteld door de raad. Dit onderhoudsprogramma voorziet in een planning van het technische en preventieve onderhoud plus de vertaling ervan in benodigde middelen. De gemeente actualiseert iedere 4 jaar dit MJOP. De werkzaamheden die voor 2027 zijn opgenomen in het huidige MJOP worden uitgevoerd. Van de 67 gebouwen zijn 19 gebouwen niet opgenomen in dit MJOP. Het gaat hierbij om gebouwen die op de nominatie staan om te worden verkocht of gesloopt. Maar ook gebouwen waarbij de toekomstige bestemming nog niet duidelijk is. Bij deze gebouwen wordt alleen het klachtenonderhoud uitgevoerd en de eventuele wettelijke verplichtingen.
In relatie tot dit MJOP wordt ook inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn voor de verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed. Dit middels het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed wat is aangeboden door de provincie. De verduurzamingsopgave komt voort uit de wettelijke verplichting om in 2040 energieneutraal en in 2050 gasloos te zijn. Door inzicht te verschaffen in deze totale kostensom kunnen gedegen keuzes gemaakt worden in het kader van het strategisch accommodatiebeleid.
- Kwaliteit:
Het huidige beleid voor bouwkundig en technisch beheer en onderhoud is gebaseerd op de systematiek van NEN 2767 minimaal onderhoudsniveau 3. Deze systematiek betreft een landelijk erkende normering voor bouwkundig en technisch onderhoud. Het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Beekdaelen voldoet aan de bovenstaande norm. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
- Financiën:
De kosten voor groot, dagelijks en klachten onderhoud worden gedekt uit de Voorziening onderhoud gebouwen MJOP. Tot en met 2033 wordt jaarlijks een bedrag van 1,4 miljoen euro toegevoegd aan de voorziening, hetgeen toereikend is.
De kosten voor het klachtenonderhoud en wettelijke verplichtingen bij de gebouwen die niet zijn opgenomen in het MJOP worden gedekt uit de reserve onderhoud gebouwen niet in MJOP. Tot en met 2027 wordt hier jaarlijks een bedrag aan toegevoegd van 173.475 duizend euro.
Indien de gemeente om wat voor reden dan ook besluit gebouwen die niet zijn meegenomen in het MJOP niet af te stoten blijft de onderhoudsplicht op deze gebouwen bestaan. Maar ook door diverse toekomstige ontwikkelingen zullen enkel gebouwen weer in een nieuw MJOP moet worden opgenomen waardoor deze voorzieningen moet wordt bijgesteld.
Evaluatie meerjarige investeringsplannen openbare ruimte
Terug naar navigatie - 7.4 Onderhoud kapitaalgoederen - Evaluatie meerjarige investeringsplannen openbare ruimteDe uitvoering en programmering van de meerjarige investeringsplannen openbare ruimte wordt verder doorontwikkeld. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van projectmatig werken, het tijdig herkennen van interne en externe risico’s en het nemen van passende beheersmaatregelen. Ook wordt gewerkt aan een verdere verduidelijking en versterking van de verschillende projectrollen binnen het gehanteerde projectmodel.
De ervaringen uit de uitvoering van het huidige MIP laten daarnaast zien dat een goede aansluiting tussen projectplanning en beschikbare investeringsbudgetten van belang blijft. Verschuivingen in planning, scope, voorbereiding of uitvoering kunnen gevolgen hebben voor het moment waarop investeringsmiddelen daadwerkelijk worden ingezet. Daarom wordt bij de financiële voortgang nadrukkelijker gekeken naar de haalbaarheid van de geplande uitgaven, de onderlinge samenhang tussen projecten en eventuele bijstelling van de programmering.
In 2026 is gestart de voorbereiding van het MIP 2028–2031. De opgedane ervaringen op het gebied van projectmatig werken, risicobeheersing, planning en financiële programmering worden hierin direct meegenomen. Hiermee wordt toegewerkt naar een steeds beter voorspelbare en uitvoerbare meerjarige investeringsplanning voor de openbare ruimte.
Tot slot wordt het projectmatig werken verder ontwikkeld. Door risico’s – zowel intern als extern – eerder te herkennen, kunnen passende maatregelen sneller worden genomen. Ook wordt gewerkt aan het versterken van projectrollen binnen het gehanteerde model. In 2026 start de voorbereiding van het MIP 2028–2031, waarbij deze inzichten direct worden meegenomen
7.5 Financiering
Terug naar navigatie - - 7.5 FinancieringInleiding
Terug naar navigatie - 7.5 Financiering - InleidingDe financieringsparagraaf is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Daarnaast heeft deze paragraaf als doel de financiële positie van de gemeente op basis van het Treasurystatuut te evalueren. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de gemeente.
De uitvoering van de treasuryfunctie wordt wettelijk geregeld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en plaatsvindt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
In deze paragraaf komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde:
- Risicobeheer
- Gemeentefinanciering
- EMU-saldo
Risicobeheer
Terug naar navigatie - 7.5 Financiering - Risicobeheer1. Risicobeheer
Een belangrijk onderdeel van de treasuryfunctie is het beheersen van financiële risico’s die van invloed kunnen zijn op de financiële positie en het renteresultaat van de gemeente.
In het Treasurystatuut wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende financiële risico’s:
- renterisico;
- kredietrisico;
- intern liquiditeitsrisico;
- valutarisico.
In dit hoofdstuk worden deze risico’s nader toegelicht, evenals de bijbehorende beheersingsmaatregelen
7.5.1 Renterisico
De gemeente kan zowel op kortlopende als op langlopende schulden renterisico lopen. Renterisico ontstaat door fluctuaties in de rentelasten, bijvoorbeeld als gevolg van renteherziening of herfinanciering. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn twee instrumenten opgenomen om de renterisico’s van gemeenten te beperken: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet beperkt het renterisico op kortlopende schulden. De renterisiconorm beperkt het renterisico op langlopende schulden.
Kasgeldlimiet (renterisico kortlopende schuld)
Voor gemeenten is het doorgaans aantrekkelijk om een financieringsbehoefte op te vangen met kortlopende leningen, omdat de rente op kortlopende leningen over het algemeen lager is dan de rente op langlopende leningen. Het aantrekken van veel kortlopende leningen brengt echter grotere renterisico’s met zich mee, omdat de rente op kortlopende leningen sterker kan fluctueren.
De kasgeldlimiet is een in de Wet fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op kortlopende schulden. Voor gemeenten bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het begrotingstotaal.
De kasgeldlimiet voor het jaar 2027 is als volgt:
Overzicht liquiditeitspositie (bedragen x € 1.000) |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
(3) Netto vlottend (+) of |
Begrotingstotaal |
Perc. Regeling |
Ruimte |
|||
Ultimo |
(1) Vlottende schuld |
(2) Vlottende middelen |
overschot middelen (-) |
8,5% |
KGL |
|
K3-2025 |
8.421 |
55.638 |
-47.217 |
126.726 |
10.772 |
-57.989 |
K4-2025 |
10.078 |
40.521 |
-30.443 |
126.726 |
10.772 |
-41.215 |
K1-2026 |
11.774 |
38.905 |
-27.131 |
126.726 |
10.772 |
-37.903 |
K2-2026 |
14.238 |
50.292 |
-36.054 |
126.726 |
10.772 |
-46.825 |
Gemiddelde |
-35.211 |
|||||
Kasgeldlimiet (KGL) |
10.772 |
|||||
Ruimte onder de KGL |
45.983 |
|||||
Onderschrijding van de KGL |
-45.983 |
|||||
Begrotingstotaal 2027 |
126.726 |
|||||
Percentage regeling |
8,5% |
|||||
Kasgeldlimiet (KGL) |
10.772 |
|||||
Renterisiconorm (renterisico van de vaste schuld)
In de Wet fido is de renterisiconorm opgenomen als instrument om het renterisico op de langlopende leningenportefeuille te beperken. Met de renterisiconorm wordt een evenwichtige opbouw van de langlopende leningenportefeuille nagestreefd door spreiding van de looptijden en renteherzieningen.
In onderstaande tabel wordt het renterisico voor de jaren 2027 tot en met 2030 in kaart gebracht. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van het jaar 2027. Het renterisico wordt vervolgens afgezet tegen deze norm.
Tabel Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld (bedragen * € 1.000) |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Stap |
Variabelen |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
1 |
Renteherzieningen |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 |
Aflossingen |
2.078 |
1.809 |
1.690 |
1.690 |
3 |
Renterisico (1+2) |
2.078 |
1.809 |
1.690 |
1.690 |
4 |
Renterisico |
25.345 |
25.345 |
25.345 |
25.345 |
5a = 4 > 3 |
Ruimte onder renterisiconorm |
23.267 |
23.536 |
23.655 |
23.655 |
5b = 3 > 4 |
Overschrijding renterisiconorm |
0 |
0 |
0 |
0 |
Berekening renterisiconorm |
|||||
4a |
Begrotingstotaal 2026 |
126.726 |
- |
- |
- |
4b |
Percentage ministeriële regeling |
20% |
|||
4 = (4a x 4b/100) Renterisiconorm |
25.345 |
7.5.2 Kredietrisico
Het kredietrisico is het risico dat een geldnemer niet of niet tijdig aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.
7.5.3 Intern liquiditeitsrisico
Het interne liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente loopt als gevolg van wijzigingen in de liquiditeitenplanning en de meerjarige investeringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Het interne liquiditeitsrisico wordt beperkt door monitoring en planning van de treasuryactiviteiten op korte en lange termijn binnen de P&C-cyclus (begroting, bestuursrapportages en jaarrekening).
7.5.4 Valutarisico
Valutarisico’s worden binnen de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.
Gemeentefinanciering
Terug naar navigatie - 7.5 Financiering - GemeentefinancieringFinancieringsbehoefte
De gemeente Beekdaelen maakt gebruikt van de zogenaamde totaalfinanciering. In deze begroting is uitgegaan van een financieringsbehoefte over de jaren 2027 tot en met 2030 van in totaliteit € 58,0 miljoen. Volgens opgave van de BNG per 8 september 2026 bedraagt het rentepercentage 4,13% voor een langlopende geldlening met een looptijd van 25 jaren.
In deze (meer)jaren begroting is rekening gehouden met de rentelasten voor de benodigde financiering. Een bijstelling van de rentelasten zal middels de tussentijdse rapportages plaatsvinden.
Leningenportefeuille
Een overzicht van de leningportefeuille per 1 januari 2027 treft u in onderstaand overzicht aan. De laatste lening in het overzicht is een doorgeleende lening aan een woningstichting.
Leningportefeuille (x € 1.000) |
Oorspr. |
Ingang |
Afloop |
Rente |
Schuld |
Weging |
|---|---|---|---|---|---|---|
T.b.v. gemeente: |
||||||
BNG |
3.000 |
01-11-2007 |
01-11-2027 |
3,98 |
150 |
0,5% |
BNG |
3.000 |
11-12-2002 |
01-06-2027 |
4,84 |
120 |
0,4% |
BNG |
3.000 |
08-12-2003 |
08-12-2028 |
4,87 |
240 |
0,7% |
BNG |
3.000 |
23-02-2006 |
23-02-2031 |
3,79 |
600 |
1,8% |
BNG |
4.000 |
16-05-2022 |
16-05-2037 |
1,69 |
2933 |
8,9% |
BNG |
3.000 |
16-05-2022 |
16-05-2042 |
1,82 |
2400 |
7,3% |
BNG |
3.000 |
16-05-2022 |
16-05-2047 |
1,86 |
2520 |
7,7% |
BNG |
9.000 |
02-01-2024 |
02-01-2049 |
3,27 |
8280 |
25,2% |
BNG |
8.000 |
01-07-2024 |
01-07-2049 |
3,24 |
7360 |
22,4% |
BNG |
8.000 |
3,22 |
7680 |
23,4% |
||
Subtotaal t.b.v. gemeente |
44.000 |
32.283 |
||||
T.b.v. woningstichting: |
||||||
BNG |
935 |
03-05-2010 |
01-05-2040 |
4,45 |
585 |
1,8% |
Subtotaal t.b.v. woningstichting |
935 |
585 |
||||
Totaal |
44.935 |
32.868 |
100,0% |
Rente begroting 2027
De gemeente trekt zowel kortlopende als langlopende leningen aan om in haar financieringsbehoefte te voorzien. Hierbij worden twee vormen van financiering onderscheiden:
- Projectfinanciering: een externe lening wordt aangetrokken voor de financiering van één specifiek project of één specifieke activiteit.
- Totaalfinanciering: een lening wordt aangetrokken om in de totale financieringsbehoefte van de gemeente te voorzien. Aan deze lening is geen specifieke activiteit gekoppeld; de lening maakt onderdeel uit van de totale financiering van de gemeente.
Om een volledig beeld te krijgen van de exploitatie van de verschillende taakvelden, worden alle baten en lasten, voor zover mogelijk, toegerekend aan de activiteiten binnen een taakveld, zoals projecten en investeringen. Hieronder vallen ook de rentelasten van de leningen. Deze leningen zijn immers aangetrokken om de verschillende activiteiten, al dan niet rechtstreeks, te financieren.
De rentelasten van projectfinanciering kunnen relatief eenvoudig worden toegerekend aan het taakveld waarop de betreffende activiteit betrekking heeft. Bij totaalfinanciering bestaat geen rechtstreeks verband tussen de lening en een specifieke activiteit. Om de rentelasten van deze leningen toch evenredig aan de verschillende activiteiten toe te rekenen, wordt een verdeelsleutel gehanteerd: het omslagrentepercentage. Op basis van dit percentage wordt de rente van de totaalfinanciering doorbelast aan de taakvelden waaronder de verschillende activiteiten vallen.
Het omslagrentepercentage is bij het opstellen van de begroting berekend en bedraagt voor de jaren 2027 tot en met 2030 respectievelijk 0%, 0,56%, 0,90% en 1,19%.
EMU-saldo
Terug naar navigatie - 7.5 Financiering - EMU-saldoIn de volgende tabel is het EMU-saldo voor de jaren 2027-2030 weergegeven. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 19, is bepaald dat gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken.
De begroting van de gemeente Beekdaelen is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo is niet gebaseerd op baten en lasten, maar op de ontvangsten en uitgaven van de gemeente. Deze worden berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
Op grond van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Naast de Rijksoverheid hebben ook de decentrale overheden een aandeel in dit maximale tekort.
Tabel EMU-saldo (bedragen * € 1000) |
||||
Omschrijving |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves |
-2.022 |
-2.956 |
-2.105 |
540 |
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie |
2.706 |
3.289 |
3.637 |
3.736 |
Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie |
2.887 |
2.424 |
2.526 |
2.449 |
Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd |
39.940 |
34.345 |
31.650 |
16.746 |
Lasten op balanspost voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen |
2.242 |
2.699 |
2.888 |
3.122 |
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten |
0 |
0 |
0 |
0 |
Berekend EMU-saldo |
-38.610 |
-34.286 |
-30.481 |
-13.143 |
7.6 Verbonden partijen
Terug naar navigatie - - 7.6 Verbonden partijenInleiding
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - InleidingDe gemeente Beekdaelen heeft een deel van de uitvoering van het gemeentelijk beleid en taken ondergebracht bij zogenaamde verbonden partijen. Deze partijen spelen dan ook een belangrijke rol bij de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen. De gemeente blijft daarbij wel verantwoordelijk voor de uitvoering en het realiseren van het beleid en het behalen van de gemeentelijke doelstellingen. In deze paragraaf besteden wij aandacht aan deze verbonden partijen.
Wat zijn verbonden partijen
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - Wat zijn verbonden partijenVerbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft.
- Van een bestuurlijk belang is sprake indien de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij, bijvoorbeeld door een zetel in het bestuur en/of door stemrecht.
- Van een financieel belang is sprake als de gemeentemiddelen aan de verbonden partij ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van die partij of wanneer financiële problemen bij de verbonden partij kunnen worden verhaald op de gemeente.
Wanneer aan beide voorwaarden is voldaan, is er conform de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) sprake van een verbonden partij. Voorbeelden zijn BV-en, NV-en, corporaties, gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen.
Waarom samenwerkingsverbanden
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - Waarom samenwerkingsverbandenDe gemeente kan diverse redenen hebben om samen te werken. Zo kan een gemeente samenwerken om bijvoorbeeld schaal- en efficiencyvoordelen te bereiken, kennis te delen, complexe en specialistische taken te laten uitvoeren, risico's te spreiden of om een maatschappelijk initiatief te ondersteunen. Ook uitbreiding van het aantal taken en de complexiteit ervan zijn overwegingen om samenwerking te zoeken en verbanden aan te gaan. Op een groot aantal terreinen, zoals sociale zaken, gezondheidszorg, brandweer en veiligheid, het sociaal domein (WMO, jeugdzorg en participatie), hebben gemeenten nadrukkelijk de samenwerking gezocht. Dit is vaak in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.
Aan de andere kant brengt samenwerken ook risico's met zich mee. Ondanks dat de gemeente een deel van de uitvoering van haar beleid bij een partner heeft ondergebracht, blijft zij wel verantwoordelijk voor het uitgevoerde beleid. Daardoor kan de gemeente aanzienlijke maatschappelijke, financiële en fiscale risico's lopen wanneer een partij in financiële problemen komt of zijn taken niet goed uitvoert. Het is daarom van belang dat deze verbonden partijen goed functioneren en de doelstellingen binnen de gegeven financiële én beleidsinhoudelijke kaders realiseren. Vanuit gemeentelijk perspectief is de noodzaak om de verbonden partijen goed te monitoren en zo nodig bij te sturen dan ook groot. Voor de gemeenteraad is informatie over de verbonden partijen om twee redenen van belang:
• De partijen voeren taken uit die in het verlengde van de gemeentelijke doelstellingen liggen;
• Het functioneren van de partijen heeft consequenties voor de gemeentelijke begroting.
Grip op verbonden partijen
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - Grip op verbonden partijenMeer dan in het verleden werken gemeenten zoals Beekdaelen regionaal samen in verbonden partijen zoals gemeenschappelijke regelingen. Duidelijk is dat het aangaan van dergelijke regionale samenwerkingen ook betekent dat directe invloed en zeggenschap minder wordt. De behoefte om grip op deze verbonden partijen te hebben én te houden neemt daardoor steeds meer toe. Dat geldt ook voor het versterken van de onderlinge samenwerking.
Om meer grip te krijgen op de monitoring en sturing van verbonden partijen wordt door Beekdaelen en bijna alle andere gemeenten in Zuid-Limburg de ambtelijke werkwijze ‘Samen Grip Op Verbonden Partijen’ (SGVOP) gehanteerd. Zo wordt in SGVOP bekeken hoe een vervolg kan worden gegeven aan de aan de gemeenschappelijke regelingen opgelegde bezuinigingsopgave van 5%. Meer hierover is terug te vinden in paragraaf 6.3.2 van deze begroting.
Overzicht van verbonden partijen
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - Overzicht van verbonden partijen| Type | Naam |
| Gemeenschappelijke regelingen | WOZL (Werkvoorzieningsschap Oostelijk Zuid Limburg) |
| WSP (Werkgeverservicepunt Parkstad Limburg) | |
| Veiligheidsregio Zuid-Limburg | |
| GGD Zuid-Limburg | |
| ISD-Kompas | |
| Omnibuzz | |
| Omgevingsdienst Zuid-Limburg | |
| BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) | |
| Het Gegevenshuis | |
| Reinigingsdiensten Rd4 | |
| Stadsregio Parkstad Limburg | |
| Solido | |
| Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad voor opvang en beschermd wonen i.h.k.v. de WMO 2015 | |
| Centrumregeling inkoop Jeugdzorg Regio Zuid-Limburg | |
| GR subsidiëring anti-discriminatievoorziening Limburg | |
| Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad | |
| Vennootschappen en coöperaties | N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) |
| Enexis Holding NV | |
| Rd4 NV | |
| Watermaatschappij Limburg N.V. | |
| Nazorg Limburg B.V. | |
| IBA-Parkstad B.V. | |
| WoonWijzerWinkel Zuid Limburg B.V. |
In onderstaande tabel wordt de gemeentelijke bijdragen 2027-2030 per verbonden partij weergegeven (bedragen in euro's)
Naam GR |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
WOZL |
€ 3.403.787 |
€ 3.268.483 |
€ 3.058.014 |
€ 2.701.729 |
||
WSP Parkstad |
€ 133.760 |
€ 125.651 |
€ 133.937 |
€ 158.005 |
||
Veiligheidsregio Zuid-Limburg |
€ 3.183.732 |
€ 3.305.089 |
€ 3.425.426 |
€ 3.548.730 |
||
GGD |
€ 2.822.251 |
€ 2.934.436 |
€ 3.051.080 |
€ 3.118.203 |
||
Kompas |
€ 13.246.864 |
€ 13.246.864 |
€ 13.246.864 |
€ 13.246.864 |
||
Omnibuzz |
€ 923.577 |
€ 949.733 |
€ 973.141 |
€ 1.006.681 |
||
Omgevingsdienst Zuid-Limburg |
€ 864.745 |
€ 885.007 |
€ 904.673 |
€ 904.673 |
||
BsGW |
€ 612.000 |
€ 610.000 |
€ 610.000 |
€ 610.000 |
||
Gegevenshuis |
€ 591.337 |
€ 610.851 |
€ 631.010 |
€ 651.833 |
||
Rd4 |
€ 4.643.283 |
€ 4.643.283 |
€ 4.643.283 |
€ 4.643.283 |
||
Parkstad Limburg |
€ 585.645 |
€ 604.242 |
€ 624.840 |
€ 646.437 |
||
Solido |
€ 1.388.695 |
€ 1.478.415 |
€ 1.546.164 |
€ 1.599.622 |
||
Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad voor opvang en beschermd wonen i.h.k.v. de WMO 2015 |
€ 0 |
€ 0 |
€ 0 |
€ 0 |
||
Centrumregeling inkoop Jeugdzorg Regio Zuid-Limburg |
€ 311.100 |
€ 311.100 |
€ 311.100 |
€ 311.100 |
||
GR subsidiëring antidiscriminatievoorziening Limburg |
€ 21.765 |
€ 21.765 |
€ 21.765 |
€ 21.765 |
||
Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad |
€ 272.092 |
€ 292.552 |
€ 312.654 |
€ 331.320 |
||
Detailinformatie per verbonden partij
Terug naar navigatie - 7.6 Verbonden partijen - Detailinformatie per verbonden partijVoor een actueel overzicht van het openbaar belang, de gemeentelijke visie op de verbonden partij, de actuele beleidsvoornemens omtrent de partij, de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van het gemeentelijke belang en de financiële positie verwijzen wij naar de bijlage 8.5 “Toelichting op de verbonden partijen”.
7.7 Grondbeleid
Terug naar navigatie - - 7.7 GrondbeleidInleiding
Terug naar navigatie - 7.7 Grondbeleid - InleidingGrondbeleid
De gemeente Beekdaelen heeft een vastgestelde Nota Grondbeleid 2024-2028. De gemeente hanteert situationeel grondbeleid. Op deze wijze wordt door middel van het grondbeleid geanticipeerd op de ruimtelijke opgaven. Het grondbeleid sluit aan bij de uitgangspunten van de inwerking getreden Omgevingswet.
Grondprijzenbrief
De grondprijzenbrief komt voort uit de nota grondbeleid. De Grondprijzenbrief is een nadere uitwerking van grondbeleid en valt daarmee onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (hierna: college). Het college stelt de Grondprijzenbrief vast binnen de kaders die de raad heeft vastgesteld in de Nota Grondbeleid 2024-2028. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de grond wordt uitgegeven tegen marktconforme prijzen, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot staatssteun. Het doel van de Grondprijzen brief is om op transparante wijze, marktconforme, financiële afspraken te kunnen maken met potentiële afnemers van gemeentelijke gronden.
Beschouwing actuele stand van zaken grondexploitatiecomplexen
Het gaat hier onder meer om de grondexploitaties in ontwikkeling. Een grondexploitatie is het financiële en inhoudelijke kader –vastgesteld door de Raad- waarbinnen (haalbaar gebleken) plannen en projecten worden uitgevoerd. Als gevolg van de Woondeal kan de gemeente Beekdaelen weer groeien en bestaat er een woningbouwopgave van 900 woningen tot 2030. De ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen is derhalve van belang. Het is niet eenvoudig om te kwantificeren wat de financiële consequenties voor de gemeenten zijn.
Korte beschouwing actuele stand van zaken grondexploitaties
Terug naar navigatie - 7.7 Grondbeleid - Korte beschouwing actuele stand van zaken grondexploitatiesCentrum Schimmert
Het plangebied Centrum III in de kern van Schimmert heeft sinds 2011 een woonbestemming met 96 harde bouwtitels. Vanwege ongunstige marktomstandigheden is het vigerende plan nooit tot concrete ontwikkeling kunnen komen.
In maart 2022 is besloten tot een integrale planherziening voor deze inbreidingslocatie, uitgaande van een woningbouwprogramma, dat beter aansluit bij de huidige behoefte aan betaalbare woningen en uitgaande van een planopzet, die beter aansluit bij de hedendaagse eisen v.w.b. duurzaamheid en de klimaat-adaptieve aspecten (groen in de wijk, waterhuishouding, warmtestress, natuur-inclusief bouwen). Het nieuwe plan is definitief en het bestemmings- en exploitatieplan is in april 2025 door de raad vastgesteld.
Het plan voorziet in de gefaseerde realisatie van 114 woningen, waarvan 44 in de sociale huur (28 appartementen en 16 eengezins) en 51 grondgebonden woningen (rij-, nultreden, patio’s en starters) in het betaalbare koop- en huursegment.
De planrealisatie is inmiddels in uitvoering genomen en verloopt conform planning. De deelgebieden voor fase 1 en 2 zijn volledig bouwrijp. Momenteel zijn en worden door ontwikkelende partijen plannen uitgewerkt voor de eerste fase. Woningcorporatie Wonen Zuid is inmiddels gestart met de bouw van de 16 sociale huurwoningen. Naar verwachting zal de woningbouw in de deelgebieden fase 1 en 2 voor 2030 worden afgerond, waarna de laatste bouwfase kan worden opgepakt.
Masterplan 2.0 Schinveld
Met het vaststellen van het Masterplan 2.0 in oktober 2023 is de gebiedsontwikkeling formeel gestart. In de jaren 2024 en 2025 heeft de gemeente gericht ingezet op het versterken van haar grondpositie, een noodzakelijke randvoorwaarde voor de uitvoering van de ruimtelijke transformatie. Door op basis van het voorkeursrecht actief vastgoed te verwerven in de prioritaire deelgebieden is een groot deel van de benodigde locaties inmiddels in gemeentelijk eigendom. Parallel hieraan zijn de eerste stappen gezet richting bouwrijp maken, waaronder sloopvoorbereiding en noodzakelijke onderzoeken.
In 2026 worden deze onderzoeken uitgebreid en wordt toegewerkt naar de daadwerkelijke sloop en herontwikkeling van de eerste deelgebieden. Hiermee is in de periode 2023–2026 een solide basis gelegd voor de verdere uitvoering van het Masterplan 2.0 en de realisatie van de beoogde ruimtelijke kwaliteit.
Niet in exploitatie genomen bouwgronden (NIEGG)
Terug naar navigatie - 7.7 Grondbeleid - Niet in exploitatie genomen bouwgronden (NIEGG)Woningbouw Hommerter Allee
De voormalige gemeente Schinnen heeft eind 2018 besloten een perceel (kadastraal bekend gemeente Schinnen sectie H nummer 304) nabij de Hommerter Allee aan te kopen met als doel hier tijdelijke woningbouw mogelijk te maken. Gebleken is dat het moeilijk is om de businesscase voor tijdelijke woningen rond te krijgen. Daarom is voor de gemeentelijke locatie aan de Hommerter Allee een eerste schetsontwerp voor permanente woningbouw opgesteld en met de omgeving besproken. Bij de verdere uitwerking van het plan worden onder meer de reacties uit de omgeving en de behoefte aan levensloopbestendige woningen betrokken.
Bedrijventerrein Rode Beek
Het concept-bestemmingsplan resp. gebied waarbinnen dit bedrijventerrein is gelegen valt onder het door de rijksplanvormer opgenomen gebied waar ook de zogenoemde invliegfunnel in verband met de aanwezigheid van de NAVO-vliegbasis Geilenkirchen is voorzien. Over het intekenen en daarmee vastleggen van deze invliegfunnel zijn in de afgelopen 6 jaar diverse procedures gevolgd. Defensie heeft meermaals beroep aangetekend en de procedures bij de Raad van State gewonnen.
Als onderdeel van de gesprekken die bestuurlijk worden gevoerd met defensie is afgesproken dat juridische procedures met betrekking tot dit bedrijventerrein nu niet aan de orde hoeven te zijn en dat defensie geen rem zet op de ontwikkeling van dit terrein. In het kader van het centrumplan Schinveld (verplaatsen van bedrijven die in de kern gevestigd zijn), is er geen directe aanleiding voor het tot ontwikkeling brengen van dit bedrijventerrein als geheel. Bij eventuele interesse van een andere ondernemen dan waarvoor het bedrijventerrein oorspronkelijke is bedoeld, is maatwerk mogelijk. Wij zullen hierover met de gemeente Brunssum (eigenaar van een gedeelte van de gronden) in overleg gaan.
Altaarstraat
Op de woningbouwlocatie aan de Altaarstraat zijn in 2020 door ZOwonen 19 sociale huurwoningen gesloopt vanwege de slechte bouwkundige staat van de woningen. Uit onderzoek van ZOwonen is gebleken, dat vervangende nieuwbouw van sociale huurwoningen op deze locatie niet haalbaar is. Passend binnen de regionale woonvisie ligt voor deze locatie een hoogwaardige invulling met vrije-sector bouwkavels in een ruime groene opzet meer voor de hand. Naar aanleiding hiervan is er een overeenkomst met Zowonen gesloten, betreffende de grondruil van de woningbouwlocaties Gyselaar te Amstenrade (juridisch eigendom gemeente) en Altaarstraat te Schinnen (eigendom Zowonen).
7.8 Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - - 7.8 BedrijfsvoeringInleiding
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - InleidingDe bedrijfsvoering paragraaf van deze begroting geeft inzicht in de beleidsvoornemens omtrent onze bedrijfsvoering, die gericht is op het adequaat uitvoeren van de programma’s uit deze begroting en de continuïteit van de gemeentelijke organisatie. Hoe beter de gemeentelijke organisatie op orde is, des te beter de organisatie gesteld staat voor haar publieke taak.
Personeel en organisatie
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - Personeel en organisatieArbeidsomstandigheden: verzuim en vitaliteit
In 2027 blijven we zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, waarbij we de wettelijke verplichtingen naleven en de resultaten van de RI&E actief opvolgen. Samen met onze Arbodienst werken we niet alleen aan het verder terugdringen van verzuim, maar ook aan het voorkomen ervan. Onder andere door vroegtijdige signalering en passende ondersteuning. Tegelijk zetten we in op vitaliteit en werkplezier door aandacht te besteden aan fysieke en mentale veerkracht, en door het versterken van een positieve en inclusieve werkcultuur waarin medewerkers zich gewaardeerd en verbonden voelen. Medewerker en Gemeente Beekdaelen zijn samen verantwoordelijk voor een goede, veilige en gezonde werkomgeving en arbeidsethos. Het aanbieden van een PAGO en bijbehorende vragenlijsten dient een duidelijk beeld te geven voor de medewerkers en gemeente Beekdelen hoe de (werk) inzet wordt ervaren en welke inspanningen beiden kunnen verrichten om een goede werkomstandigheid te blijven behouden.
Organisatie Ontwikkeling/ opleiding
Bij Gemeente Beekdaelen beschouwen we ontwikkeling en opleiding als het hart van een toekomstbestendige en wendbare organisatie. Daarom creëren we een cultuur waarin leren niet apart staat, maar verweven is met het dagelijks werk; medewerkers krijgen ruimte om talenten te ontwikkelen, nieuwe vaardigheden te leren en zelf initiatief te nemen in hun leerproces.
Om de medewerkers te ondersteunen bieden we een breed en toegankelijk leerlandschap: van formele opleidingen en workshops tot online trainingen, intervisie en coaching. In het bijzonder gaan we meer inzetten op de kennis van AI. AI is in korte tijd onderdeel geworden van ons dagelijks werk. Uit de eerste onderzoeken blijkt, dat collega’s AI gebruiken het voor teksten, analyses, samenvattingen, controles, brainstormen en ontwerpen. Toch ligt de grootste uitdaging niet bij de technologie zelf. In Beekdaelen vragen wij ons af: Hoe zetten we AI zo in dat het ons als mens versterkt in plaats van overspoelt
We kijken niet alleen naar efficiëntie, maar juist naar vitaliteit, focus, mentale veerkracht, herstel, sociale verbinding, zingeving en werkgeluk. HR is ook vertegenwoordigd in het AI-kernteam en denkt mee over mogelijkheden om het werk zo te organiseren dat het ons als mens verrijkt en versterkt.
Naast formeel leren benutten we de kracht van kennisdeling binnen de organisatie: leren van en met elkaar via projectgroepen, teamreflecties en informele leermomenten versterkt verbinding en vertrouwen. Iedereen wordt aangemoedigd eigen ontwikkelwensen in te brengen en het beschikbare leerbudget te gebruiken. HR blijft de opleidingsinfrastructuur doorontwikkelen in nauwe samenwerking met leidinggevenden en medewerkers; door blijvend in mensen te investeren bouwen we aan een organisatie die met vertrouwen, eigenaarschap en wendbaarheid inspeelt op een steeds veranderende samenleving en innovatie.
Informatisering en automatisering
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - Informatisering en automatiseringIn 2027 zetten we de modernisering van onze informatiehuishouding voort. Daarbij is onze nieuwe informatievisie en veranderende wet- en regelgeving leidend. We voeren enerzijds noodzakelijke ICT-aanpassingen door voor onder andere de nieuwe Archiefwet, Wet Digitale Overheid en de Wet Open Overheid. En innoveren anderzijds op gebieden als AI, datagedreven werken en dienstverlening.
Enkele voorbeelden hiervan zijn de uitbreiding van digitale diensten voor onze inwoners en bedrijven. Zo optimaliseren we onze website met een livechat en een persoonlijke digitale omgeving (MijnBeekdaelen) om zaken snel en gemakkelijk digitaal af te handelen.
Bedrijfsapplicaties worden bij aflopende contracten opnieuw aanbesteed. Bij vernieuwingen sluiten we in lijn met de afspraken van de VNG-Resolutie zoveel mogelijk aan op landelijke voorzieningen en standaarden zoals Common Ground. Hiermee zetten we in op flexibele, toekomstbestendige systemen die gegevensuitwisseling vereenvoudigen.
Om bovenstaande ambities uit te kunnen voeren investeren we structureel in datakwaliteit en datagovernance in de volle breedte van onze organisatie. Actuele en betrouwbare data is immers de brandstof voor onze processen. Tot slot zetten we in op goed opdrachtgeverschap, contractmanagement en samenwerking met Solido, onze ICT-leveranciers en andere ketenpartners.
Met deze samenhangende aanpak wordt onze informatievoorziening slimmer, flexibeler en toekomstbestendiger.
Planning en control
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - Planning en controlDe gemeente heeft een start gemaakt met kritieke prestatie indicatoren (kpi's) die worden gebruikt om grip te hebben en houden op een aantal onderwerpen binnen het gemeentelijke primaire proces. Gestart is met het organisatieonderdeel 'dienstverlening' De kpi's worden verder uitgebreid voor het sociale en fysieke domein. In het jaar 2027 zullen de betreffende kpi's operationeel zijn.
Tot nu toe heeft de gemeente geen doelmatigheidsonderzoeken verricht in het kader verordening artikel 213a. In 2026 gaat de gemeente hiermee verder aan de slag. Verwacht wordt dat de uitkomsten van het onderzoek in 2027 aan de raad kunnen worden aangeboden.
Informatiebeveiliging
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - InformatiebeveiligingBij al onze oplossingen hanteert de gemeente een strikt uitgangspunt: privacy en security zijn vanaf ontwerp (by design) en standaardinstellingen (by default) gewaarborgd. Voor elk project, systeem, applicatie, databron, rapportage of dashboard leggen we vóór ingebruikname helder vast wat het doel en de functionaliteit zijn, welke gegevens nodig zijn en welke autorisaties gelden. We passen dataminimalisatie toe en wegen het gebruik van (persoons)gegevens zorgvuldig af, waarbij spelregels voor het gebruik van rapportages, dashboards, data en algoritmes worden vastgelegd, gedocumenteerd en gearchiveerd.
Het informatiebeveiligingsbeleid wordt continu geactualiseerd en onze maatregelen worden verder aangescherpt in lijn met landelijke ontwikkelingen en normen voor informatieveiligheid en privacy. De implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) wordt voortgezet en afgestemd op aangescherpte Europese richtlijnen (NIS-2) en de Nederlandse wetgeving (Cyberbeveiligingswet). Hiermee blijven we aansluiten op nationale en internationale standaarden.
Medewerkers blijven geïnformeerd over permanente risico’s en bedreigingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy via digitale leermomenten. De samenwerking met de Informatiebeveiligingsdienst wordt versterkt en de maatregelen om risico’s te vermijden. te mitigeren of te verplaatsen worden verder uitgebreid. Ons Information Security Management System en Privacy Management Systeem houden we actueel; zo behouden we grip op risico’s en de voortgang van maatregelen en kunnen we vanuit één bron transparant verantwoording afleggen en gerichter sturen op uitvoering en risicominimalisatie.
Gegevensbescherming
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - GegevensbeschermingDoor de invoering van de EU-verordening Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) in mei 2018 zijn organisaties steeds bewuster geworden van het belang van gegevensbescherming. De afgelopen jaren heeft de gemeente veel energie gestoken in het borgen van de AVG in de organisatie, om vertrouwelijke gegevens van burgers en bedrijven te beschermen en ook aantoonbaar te voldoen aan de privacywetgeving. In 2027 gaan wij verder met het informeren en adviseren van de gemeentelijke afdelingen over hun AVG-verplichtingen en andere unierechtelijke of lidstaatrechtelijke gegevensbeschermingsbepalingen. Naast de benodigde ondersteuning bieden we aan de medewerkers en de afdelingen opleidingen om het privacy bewustzijn verder te verhogen en bieden we ondersteuning bij het uitvoeren van (Pre-) DPIA’s (Data Privacy Impact Assessments).
Het nieuwe PMS (Privacy Management Systeem) gaat de gemeente digitaal verder helpen om aantoonbaar te voldoen aan de vereiste AVG-documentatieplicht c.q. -verantwoordingsplicht in het kader van de jaarlijkse planning- en control cyclus. Voor zowel de Wet politiegegevens als de implementatie van artificiële intelligentie is beleid opgesteld en hier zal in 2027 verder aandacht aan worden besteed.
Er is een hoge participatiegraad onder de medewerkers voor het bewust worden en blijven omtrent gegevensbescherming. Door continue in te zetten op goede opvolging en het belang van opleiding aan te kaarten, kunnen we deze trend doorzetten.
Communicatie
Terug naar navigatie - 7.8 Bedrijfsvoering - CommunicatieDe kern van de communicatievisie is ‘communiceren met impact’. Dat betekent doelgerichte communicatie die iets teweegbrengt, betere informatievoorziening en meer vertrouwen en verbinding met inwoners. Om de ambities uit de communicatievisie te realiseren zijn we in de afgelopen periode aan de slag gegaan met het vernieuwen van onze communicatie. Hierbij hebben wij eerst de focus gelegd op het realiseren van een aantal interne instrumenten waarmee wij medewerkers faciliteren om communicatiever te werken. Gelijktijdig zien wij dat het externe communicatielandschap voortdurend verandert. Onlinecommunicatie, digitale interactie en snelle nieuws- en informatiestromen nemen toe. Ook groeit bij veel mensen de behoefte aan fysiek contact en lokale verbinding. Onze focus ligt daarom in de komende periode op het beter bereiken van al onze doelgroepen, de inzet van social media en het uitbreiden van participatie. Hierbij blijft een goede informatievoorziening met begrijpelijke teksten en duidelijke reacties op verzoeken centraal staan.
7.9 Wet open overheid
Terug naar navigatie - - 7.9 Wet open overheidInleiding
Terug naar navigatie - 7.9 Wet open overheid - InleidingVanuit de Wet open overheid (Woo) is op 1 november 2024 de eerste fase ingegaan van het actief openbaar maken van informatie. Dit vormt een belangrijke stap naar meer transparantie binnen de overheid. De Woo, die op 1 mei 2022 in werking is getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), heeft als doel overheidsinformatie beter toegankelijk en vindbaar te maken.
Vanaf 1 november 2024 zijn vijf informatiecategorieën verplicht actief openbaar te maken via de Woo-index, de centrale vindplaats voor overheidsinformatie. Het gaat om:
- Wetten en andere algemeen verbindende voorschriften;
- Overige besluiten van algemene strekking;
- Informatie over organisatie en werkwijze;
- Bereikbaarheidsgegevens;
- Vergaderstukken en verslagen van de Staten-Generaal.
Voor zover deze categorieën van toepassing zijn op de gemeente Beekdaelen, zijn deze via onze website raadpleegbaar.
De Woo kent in totaal zeventien informatiecategorieën die gefaseerd actief openbaar worden gemaakt. De hiervoor genoemde vijf categorieën vormen de eerste tranche. De overige, meer complexe informatiecategorieën zijn ondergebracht in de volgende tranches. De exacte datum waarop deze aanvullende verplichtingen voor gemeenten in werking treden, is op dit moment nog niet vastgesteld. Landelijk wordt gewerkt aan de verdere uitwerking en implementatie van deze vervolgfases.
Naast de voorbereidingen op verdere actieve openbaarmaking behandelt de gemeente Beekdaelen op dit moment doorlopend ingekomen Woo-verzoeken. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie, waarbij informatie op verzoek van burgers en bedrijven openbaar wordt gemaakt voor zover de Woo zich daar niet tegen verzet. Ten behoeve hiervan wordt gewerkt met de anonimiseringstool ‘Datamask’. Met deze applicatie kunnen persoonsgegevens en andere gegevens die op grond van de uitzonderingsgronden van de Woo niet openbaar mogen worden gemaakt, efficiënt en zorgvuldig worden geanonimiseerd voordat documenten worden gepubliceerd of verstrekt.
7.10 Duurzaamheid
Terug naar navigatie - - 7.10 DuurzaamheidInleiding
Terug naar navigatie - 7.10 Duurzaamheid - InleidingIn Beekdaelen werken we aan een duurzame en toekomstbestendige gemeente waar mensen gezond en veilig kunnen wonen en werken. In 2020 heeft de gemeenteraad unaniem de Duurzaamheidsvisie ‘Beekdaelers samen aan zet!’ vastgesteld. Deze visie kwam tot stand in samenwerking én samenspraak met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. Zoals de titel van onze visie al aangeeft, is het realiseren van deze ambities niet alleen een gemeentelijke, maar met name een brede maatschappelijke opgave. Iedereen in Beekdaelen heeft hiermee te maken en de consequenties zijn voor iedereen voelbaar.
In de visie staan de ambities van de raad op hoofdlijnen. Deze zijn:
1. De Beekdaelers centraal te stellen (participatieve aanpak).
2. In 2040 energieneutraal te zijn (energietransitie & warmtetransitie).
3. Beekdaelen groen en klimaatbestendig te maken (vergroening en klimaatadaptatie).
4. De grondstofkringlopen te sluiten (circulaire economie).
Duurzaamheid loopt als rode draad door al het gemeentelijk handelen. Dat betekent dat bij interventies afgewogen wordt in hoeverre deze bijdraagt aan een duurzaam Beekdaelen op sociaal, economisch en fysiek gebied. Duurzaamheid stopt niet bij onze gemeentegrenzen. Afhankelijk van het onderwerp werken we in regioverband samen aan een duurzamer Beekdaelen, zowel binnen regio Parkstad, regio Zuid-Limburg en over de landsgrenzen.
De Beekdaeler staat centraal
Terug naar navigatie - 7.10 Duurzaamheid - De Beekdaeler staat centraalIn Beekdaelen vinden wij het belangrijk dat iedereen mee kan doen bij het halen van onze duurzaamheidsambities. Dat geldt vóór, tijdens én na de uitvoering. Beekdaelers staan centraal op het gebied van duurzaamheid binnen onze gemeente. Door inwoners te stimuleren en te faciliteren willen we zo veel mogelijk impact creëren en innovatieve ideeën een kans geven.
Om deze reden organiseren we als gemeente verschillende vormen van participatie om inwoners te betrekken bij de realisatie van onze ambities. Zo kan binnen Beekdaelen gebruik worden gemaakt van de Duurzaamheidstafel en Stimuleringslening Duurzaamheidsprojecten of bij te dragen aan ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen.
Tot slot stimuleren en faciliteren we inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Hiervoor is het regionaal energieloket de WoonWijzerWinkel Limburg en ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen opgericht. Wij als gemeente, de WoonWijzerWinkel en ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen zetten zich in om iedereen in Beekdaelen te stimuleren en faciliteren op het gebied van duurzaamheid.
Kortom: door op verschillende niveaus en op verschillende wijzen Beekdaelers centraal te stellen bij het thema duurzaamheid, willen we samen zo veel mogelijk impact creëren.
Energietransitie
Terug naar navigatie - 7.10 Duurzaamheid - EnergietransitieSamen met de andere Parkstadgemeenten is de ambitie uitgesproken om in 2040 een energieneutrale regio te zijn. Dit betekent dat alle energie die we in Beekdaelen gebruiken, op een duurzame manier opwekken.
We zetten in om een groot deel van onze energie efficiënter in te zetten en te besparen.
Wat we niet gebruiken hoeven we ook niet op te wekken. Het restant aan energieverbruik dat dan overblijft, wekken we duurzaam op. Hiervoor kijken we allereerst naar alle daken maar ook naar ons buitengebied. Hierin ligt voor Beekdaelen een grote uitdaging gezien haar waardevolle landschap.
We zijn op weg om de verschillende doelstellingen waar te maken maar op het gebied van energiebesparing- en opwekking zal nog veel moeten gebeuren.
Acties in 2027:
- Aanpak van netcongestie en efficiënt gebruik van ons elektriciteitsnet
- Uitwerken scenario’s voor Energietuin Jabeek in samenwerking met relevante stakeholders zoals ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen
- Verstrekken Duurzaamheidsleningen aan bedrijven en maatschappelijke organisaties
- Het lokaal promoten van de WoonWijzerWinkel.
- Het continu monitoren en verbeteren van het aanbod van de WoonWijzerWinkel
- Faciliteren en begeleiden van de Duurzaamheidstafel
- Samenwerken met ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen
- Inzet van energiecoaches door Beekdaelen met ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen
- Efficiëntere communicatie richting inwoners over verduurzamingsmogelijkheden
Klimaatadaptatie
Terug naar navigatie - 7.10 Duurzaamheid - KlimaatadaptatieDe klimaatverandering stelt nieuwe eisen aan het beheer van de openbare ruimte. Zo hebben we vaker te maken met zeer intensieve regenbuien en langdurig droge periodes. Dit heeft invloed op het ontwerp en beheer van de openbare ruimte. In (boven)regionaal verband wordt samengewerkt aan het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), waarin ambities zijn opgenomen om te zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Met Waterschap Limburg blijven we samenwerken binnen de aanpak ‘Water in balans’. In Beekdaelen is het Water- en rioleringsprogramma 2024-2027 van kracht en wordt gewerkt aan een (regionaal en lokaal) programma water en klimaatadaptatie. Als onderdeel hiervan zetten we in op het afkoppelen van regenwater, het verwerken van water op eigen terrein en het verminderen van verhard oppervlak.
Aankoop gronden Jabeek/ Süsterseel
Terug naar navigatie - 7.10 Duurzaamheid - Aankoop gronden Jabeek/ SüsterseelGemeente Beekdaelen werkt samen met de Duitse buurgemeente Gangelt aan gezamenlijke energieopwekking. Een eerste stap is gezet met de aankoop van landbouwgrond nabij Jabeek/Süsterseel: Beekdaelen verwierf het Nederlandse deel, Gangelt het Duitse. Deze aankoop werd begin 2024 formeel afgerond.
Uit de verkenning blijkt dat het Duitse perceel weinig potentie heeft, terwijl het Nederlandse deel wél perspectief biedt.
Samen met de Provinciale Energiediensten Maatschappij en ImpulZ Energiecoöperatie Beekdaelen wordt onderzocht hoe het Nederlandse perceel multifunctioneel kan worden ingezet, met een combinatie van energieopwekking, landbouw en woningbouw. Zo draagt het perceel optimaal bij aan de regionale duurzaamheidsdoelen en maatschappelijke meerwaarde.
In 2027 verwachten we het meest kansrijke scenario verder uit te werken op coöperatieve wijze.